elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: weddenschap

weddenschap , weddingskap , zelfstandig naamwoord de , Variant van weddenschap.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
weddenschap , weddenskap , weddenskop , weddenschap. Ook: weddenskop (Kampereiland, Kamperveen)
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
weddenschap , weddenschop , zelfstandig naamwoord , de; weddenschap, keer dat men wedt
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
weddenschap , weddenskop , weddenskap , (zelfstandig naamwoord) , weddenschap.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
weddenschap , weddingschap , zelfstandig naamwoord , weddenschap (Land van Cuijk)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
weddenschap , wèddesjap , wèddensjap , (vrouwelijk) , weddenschap
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
weddenschap , wèddeschap , wèddingschap , zelfstandig naamwoord , weddenschap; DANB ze springe wiet vèrste kan vur e wèddeschap; ...naor aonleiding van 'n weddingschap. (Jan Jaansen; ps. v. Piet Heerkens svd; feuilleton ‘Bad Baozel’, 8 afl. in NTC 31-12-1938 – 18-2-1939); WBD (III.3.2:190) weddingschap = weddenschap
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal