elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: weegscheet

weegscheet , weegscheet , of gelijk men elders zegt strontje, is de minder kiesche benaming die men hier ter stede bezigt voor een puistje, een zweertje aan de oogleden.
Bron: Bisschop, W. (1862), ‘Het Dordsche taaleigen. Bijdrage tot de kennis der Hollandsche dialekten’, in: De Taalgids 4, 27-48.
weegscheet , weggeschét , (mannelijk) , Strontje op ʼt oog, ook soms weegje genoemd. Zie Tijdschr. III. 216. In Kampen zegt men: paddeschîter.
Bron: Draaijer, W. (1896). Woordenboekje van het Deventersch Dialect. ’s-Gravenhage: Martinus Nijhoff
weegscheet , wegescheet , paddescheet, strontje op het oog; ‘stijgje’; men krijgt het door bij den weg zijn gevoeg te doen. Verg. paddescheet en padpieser (Kampen).
Bron: Beets, A. (1927), ‘Utrechtsche Volkswoorden en Volksgezegden’, in: Driemaandelijksche bladen 22, 1, 1-30, 73-84. Groningen
weegscheet , weggeschét , (mannelijk) , Strontje op het oog, ook soms wégje genoemd. Zie Tijdschr. III. p. 216. In Kampen zegt men: paddeschîter.
Bron: Draaijer, W. (2e druk 1936), Woordenboekje van het Deventersch Dialect, Deventer: Kluwer.
weegscheet , weegesjeet , zweertje op het ooglid.
Bron: Crompvoets, H. en J. van Schijndel (1991), Mééls Woordeboe:k. Meijel: Medelo.
weegscheet , wegescheet , zelfstandig naamwoord , zweertje op het ooglid (LPW: Mont, Bens, Lop) Ook in de Alblasserwaard en de Vijfheerenlanden (Berns 1991, p. 151).
Bron: Scholtmeijer, H. (1993), Zuidutrechts Woordenboek – Dialecten en volksleven in Kromme-Rijnstreek en Lopikerwaard, Utrecht
weegscheet , wêêgscheet , zelfstandig naamwoord , wêêgscheete , wêêgscheetjie , [Sas] strontje op het oog Zie ook staail, stijl
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
weegscheet , weejgeskeejt, weejgscheejt , zelfstandig naamwoord , strontje (zweertje aan het ooglid) (Den Bosch en Meierij; Helmond en Peelland; Eindhoven en Kempenland)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
weegscheet , waegesjieter , (mannelijk) , ooglidontsteking, strontje aan het oog , Eine waegesjieter höbbe.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
weegscheet , weegescheet , zelfstandig naamwoord , WBD III.1.2:336 'wegenschaat’ = strontje
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal