elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: wegkruipertje

wegkruipertje , wegkroepertje , wegkroepertje spelen = verstoppertje spelen, zooveel als: zich versteken, Holsteinsch versteek spelen; Hoogduitsch Versteck, een kinderspel. Zie ook: keuteldoemke.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
wegkruipertje , wegkroepertje* , zie ook keuteldoemke *.
Bron: Ganderheyden, A.A. (1897), Groningana – Supplement op H. Molema’s Woordenboek der Groningsche Volkstaal, Groningen (reprint 1985)
wegkruipertje , wegkroepertien , verstoppertje.
Bron: Ebbinge Wubben, C.H. (1907), ‘Staphorster Woordenlijst’, in: Driemaandelijkse Bladen 6, 61-94
wegkruipertje , wegkruipie , spel voor kinderen (verstoppertje)
Bron: Spek, J. van der (1981), Zoetermeers woordenboek, Zoetermeer.
wegkruipertje , wegkrupertien , wegverkrupertien, vortkrupertien , het , Var. als bij krupen. Ook wegverkrupertien, vortkrupertien = verstoppertje De kinder speult wegverkruperie (Rol), Bij vortkruperdie muzzen ij anplakken bij de achterdeur (Gas)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
wegkruipertje , wegkruipertie , uitdrukking , wegkruipertie speule Verstoppertje spelen
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
wegkruipertje , wegkrupertsje , wegkrupertsje speulen, verstoppertje spelen (W.-Veluwe).
Bron: Scholtmeijer, H. (2011), Veluws handwoordenboek, Almere.
wegkruipertje , wegkruiperke , zelfstandig naamwoord , verstoppertje (West-Brabant)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal