elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: wegleren

wegleren , wègliire , kennis overbrengen , T’is ne goeje mister, mér’rie hi veul moete meej't wègliire. Het is een goede onderwijzer, maar hij heeft veel moeite met de kennis overbrengen.
Bron: Hendriks, W. (2005), Nittersels Wóórdenbuukske. Dialect van de Acht Zaligheden, Almere
wegleren , wegleere , werkwoord , doceren (Tilburg en Midden-Brabant)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
wegleren , wègleere , zwak werkwoord , wègleere - leerde wèg - wèggeleerd , PM aan een ander leren; C. Verhoeven - Herinneringen aan mijn moedertaal - 1978 - WEGLEREN ov.ww - doceren, didactische talenten hebben: de mister is veul geleerd, mèr ie kan nie weglere. A.P. de Bont - Dialekt van Kempenland - 1958 e.v. - zw.ww.tr. - wegleren, al lerende (docerende) in een ander overstorten. Pierre van Beek - toch anders dan gewoon onderricht geven
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal