elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: wervel

wervel , worvel , wervel. Deze vorm is ook elders in gebruik. Zie Nieuw Mag. van N. T. I, bl. 237.
Bron: Bisschop, W. (1862), ‘Het Dordsche taaleigen. Bijdrage tot de kennis der Hollandsche dialekten’, in: De Taalgids 4, 27-48.
wervel , wervel , worvel, warvel , (zelfstandig naamwoord mannelijk) , Zie de wdbb. – In molens. Een stel evenwijdige, aan elkaar verbonden balken, dat draaien kan om een bout en waartussen een molenspil is besloten. Zulk een wervel kan door middel van een schortstok verplaatst worden, waardoor “het werk” uit en in het werk wordt gehaald. Zo heeft men b.v. een wervel op de stoel voor het bovenspil en in oliemolens een steenwervel (zie ald.), waar het steenspil doorheen loopt en die dient om de stenen te schorten. || Dat kalf ofte bovenste hooft sal lang wesen ses voet ende een halff, dick vierthien duym, met een warvel daer op na den eysch met een poortgen over gesloten, om off ende aen te setten vant wercken, Hs. bestek watermolen (a° 1634), archief v. Assendelft. – Zie ook Groot Alg. Moolenb. I, pl. 53.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
wervel  , wölver , grendel van hout.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
wervel , wulver , m , wildebras (knop op kast) [Hub]
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
wervel , wurvel , zelfstandig naamwoord de , 1. Wervel. 2. Deurwervel. Zegswijze de wurvel in de kop hewwe, 1. dol zijn (van schapen) 2. gek zijn.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
Wervel , Wervel , De Wervel, gebied tusse de Loevestroat en de Groenewoudstroat (nou Wervelstroat).
Bron: Kuipers, Cor e.a. (1989), È maes inne taes. Plat Hôrster, Horst.
wervel , wöärvel , houte doersloêting.
Bron: Kuipers, Cor e.a. (1989), È maes inne taes. Plat Hôrster, Horst.
wervel , wulver , zelfstandig naamwoord , 1. wervel (LPW: Lop) 2. (zn) grendel (op de deur) (LPW: Lop) Opvallend is de typische l -r -wisseling in het woord (zogenaamde metathesis). Eenzelfde wisseling doet zich voor in *kelver ‘kervel’, waaruit blijkt dat we hier met een regelmatig (maar zeldzaam) verschijnsel te maken hebben.
Bron: Scholtmeijer, H. (1993), Zuidutrechts Woordenboek – Dialecten en volksleven in Kromme-Rijnstreek en Lopikerwaard, Utrecht
wervel , warvel , waarvel , de , warvels , (Kop van Drenthe, Midden-Drenthe). Ook waarvel = wilg Waarvel wordt gebruukt bai het binden van schensken (Row), z. ook wörg
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
wervel , warvel , waarvel, wartel, wervel , de , warvels , (Zuid-Drenthe, Midden-Drenthe). Ook waarvel (Noord-Drenthe, Zuidwest-Drenthe, zuid), wartel (Zuidoost-Drents zandgebied, Zuidwest-Drenthe, zuid in bet. 3.), wervel (Zuidoost-Drents veengebied) = 1. wervel Hij hef een deurgezakte warvel (Noo), De warvel was kneusd (Wsv) 2. draai, dwarrel in het haar (Zuidoost-Drenthe, Zuidwest-Drenthe, zuid, Midden-Drenthe) De biggen, die een warvel, ...dwarrel hadden waren miestal de besten (Sle) 3. worgel, wartel, draaibare schakel (Zuidoost-Drenthe, Midden-Drenthe, Kop van Drenthe) In de leide zaten warvels (Odo), Een leertie um staart en dan een touw eran. Die boven an de zolder vast met een warvel der tussen bij het op stal zetten van koeien (And), z. ook wörgel
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
wervel , welver , wörvel, wölver , wervel, sluithout aan een deur.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
wervel , wulver , schakel van een ketting.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
wervel , wörveltje , werveltje , Óp de kniinekóój zit 'n houtere wörveltje um de déúr diecht te haauwe. Op het konijnenhok zit een houten werveltje om de deur te sluiten.
Bron: Hendriks, W. (2005), Nittersels Wóórdenbuukske. Dialect van de Acht Zaligheden, Almere
wervel , warvel , zelfstandig naamwoord , de; wartel: met twee t.o.v. elkaar draaibare ringen
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
wervel , warveltien , zelfstandig naamwoord , et; splitbout, luns
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
wervel , wurvel , zelfstandig naamwoord , wurvels , wurveltie , 1. wervel 2. houten blokje als deursluiting ’t Wurveltie is van de pleedeur of Het sluitblokje van de wc-deur is er af 3. vlinderdasje Hij was defteg añgeklêêd in een overhemd met een wurveltie d’r op Hij was deftig gekleed in overhemd en vlinderdasje; Spijkers motten ’t houwe, zee d’n tummerman, en hij sloog t’r twêê in een wurvel Te degelijk werken (want met twee spijkers erdoor kan het sluitklosje niet meer draaien)
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
wervel , wellever , draaier aan deur of raam
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.
wervel , wellever , wullever , schakel
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.
wervel , wellever , welver , wervel
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.
wervel , wärvel , (zelfstandig naamwoord) , wervel.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
wervel , wûrrevul , 1. houten klink van een deur, 2. draaiklosje om deur of raam af te sluiten , 1. die prachtige houte wûrrevuls ziede bekaant nie mjir = die prachtige houten klinken zie je bijna niet meer- op alle biennedeure zate vruger wûrrevuls = op alle binnendeuren zaten vroeger houten deurklinken
Bron: Melis, A. van (2011) Bikse Praot. Prinsenbeeks Dialectwoordenboek. Prinsenbeek: Heemkundekring ‘Op de Beek’
wervel , [grendel] , wurvel , houten deursluiting
Bron: Gast, C. de (2011), ’t Boekske van de Aolburgse taol, Wijk en Aalburg: Stichting behoud Aalburgs dialect.
wervel , warve , warvel , grendel, het beweegbare gedeelte van een *klink.
Bron: Scholtmeijer, H. (2011), Veluws handwoordenboek, Almere.
wervel , wörvel , wèlver, wurfel, vrelleke , zelfstandig naamwoord , werveltje, sluiting op venster of deurtje (Eindhoven en Kempenland); wèlver; werveltje, sluiting op venster of deurtje (Den Bosch en Meierij; Land van Cuijk); wurfeltje; werveltje, sluiting op venster of deurtje (West-Brabant) werveltje, sluiting op venster of deurtje (Den Bosch en Meierij; Eindhoven en Kempenland; Helmond en Peelland); vrelleke; verkleinwoord; werveltje, sluiting op venster of deurtje (Den Bosch en Meierij; Eindhoven en Kempenland; Helmond en Peelland)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
wervel , [druk kind] , wirmel , (onzijdig) , wirmels , wirmelke , druk kind, zie ook wirvel
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
wervel , [druk kind] , wirvel , (mannelijk) , wirvels , wirvelke , 1. druk, beweeglijk kind 2. houten blokje waarmee de deur werd afgesloten, zie ook wirmel
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
wervel , worvel , draaibaar stukje hout, waarmee de deur of het hek wordt afgesloten; doe de worvel toch ’s op de deur!
Bron: Grauw, Sibrand de en Gerard Gast (2014), ABC Dordt. Dordtse woorden en uitdrukkingen, dialect, verhalen en versjes, gedichten en straattypes, Asaprint Uitgeverij, Dordrecht.
wervel , wörvel , zelfstandig naamwoord , wervel, draaibaar houtje als sluitmiddel; A.P. de Bont - Dialekt van Kempenland - 1958 e.v. - ; znw.m. 'wurvel' - wervel; Cornelissen & Vervliet - Idioticon van het Antwerpsch dialect - 1899 - WRETSEL znw.v. - houten draaiwerveltje Hees wurfel (VII:28); WNT WERVEL, wa(a)rvel, wi(e)rvel, worvel, wurvel, welver, wilver, wulver - eenvoudig sluit- of klemmiddel voor deuren e.d.
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal