elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: wezenlijk

wezenlijk , wezentlijk , (bijwoord) , Wezenlijk. || Is ’et wezentlik waar? – Evenzo elders in Holl.; ook bij de 17de-eeuwse auteurs (vgl. VAN HELTEN, Vondel ’s Taal, § 31; NAUTA, Aant. op Bredero, § 44γ). Zo ook in het Stad-Fri.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
wezenlijk , wezelek , echt wezelek waor echt waar.
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
wezenlijk , wezenlik , wezelik , bijvoeglijk naamwoord, bijwoord , 1. wezenlijk, essentieel 2. waarachtig, echt
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
wezenlijk , [werkelijk, essentieel] , weejzelek , werkelijk, wezenlijk , Tis weejzelek wor! Het is werkelijk waar!
Bron: Laat, G. de (2011), Zoo prôte wèij in Nuejne mi mekaâr, Nuenen
wezenlijk , weejzelek , weezelek , bijwoord , werkelijk (Den Bosch en Meierij); weezelek; werkelijk (Tilburg en Midden-Brabant)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
wezenlijk , weezelek , bijwoord , GG werkelijk, echt
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal