elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: wins

wins , wins , wens , (bijvoeglijk naamwoord) , Niet haaks, scheef. || Die breg is wins. De gebinten van de skuur benne wins. Een winse lap goed (die schuin is afgesneden). Een wens kleed (een vloerkleed dat scheef ligt, dat niet goed gerekt is). Dat gordijn is wins (het hangt scheef, trekt aan de ene kant). – In dezelfde zin zegt men in de Beemster wijns (BOUMAN 116). Evenzo in Friesl. wijns(k). In W.-Vlaand. kent men wins voor schuin, inzonderheid van tegen de draad afgesneden stukken goed (DE BO2 1211).In Gron. zegt men wiens (d.i. wijns) en wiends, b.v. van een kleed dat niet effen op tafel ligt, waarbij men denkt aan de “wind” die er onder komt (MOLEMA 472). Vgl. ook Oost-Fri. wind-schêf en windsk, krom, scheef getrokken, uit de haak, van gebouwen, stukken hout enz. KOOLMAN 3, 554). Hgd. windschief en windig. Het woord behoort wel met Zweeds-Deens vind, krom, scheef, Ono. vindr, bij het ww. winden. – Vgl. winsing en winselen.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
wins , wins , winsk, wens, wensk , bijvoeglijk naamwoord en bijwoord , Wins, scheef, schuin. Vgl. Middelnederlands winsch.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
wins , wiens , bijvoeglijk naamwoord , verbogen (Land van Cuijk)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal