elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: woelen

woelen , wö̂len , (zwak werkwoord) , woelen.
Bron: Gallée, J.H. (1895). Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect. Deventer: H.P. Ter Braak
woelen , woulen , (werkwoord), in geschrifte woelen = braak leggen, braken, na den woulgrond er over gebracht te hebben; zie: woul. “Bij den landbouwer --- is men bezig een stuk land te woelen en heeft nu reeds zes pilaren of stiepen opgegraven”, enz. (Harkstede 18..)
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
woelen , wuilen , woulen , woelen, onrustig zijn. Zie ook: woulen.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
woelen , wöulen , woelen
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen
woelen , weuln , werkwoord, zwak , woelen
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
woelen , wule , woêle , woelen (in bed); wroeten (in de grond); woêle [Ove]
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
woelen , wule , hárd (lichameluk) waerke.
Bron: Kuipers, Cor e.a. (1989), È maes inne taes. Plat Hôrster, Horst.
woelen , wuu:le , woelen, onrustig heen en weer bewegen.
Bron: Crompvoets, H. en J. van Schijndel (1991), Mééls Woordeboe:k. Meijel: Medelo.
woelen , wulen , weulen, weuilen, wuilen, woelen , zwak werkwoord, onovergankelijk , (Zuid-Drenthe, Midden-Drenthe). Ook weulen (Midden-Drenthe, Zuidwest-Drenthe), weuilen (Midden-Drenthe), wuilen (Kop van Drenthe, Veenkoloniën, Zuidoost-Drents veengebied), woelen (Noord-Drenthe, Zuid-Drenthe) = 1. woelen Dat kind lig te wuilen op berre (Bco), Ik zal ies even koekeloeren of er al weer een molle wuult (Flu), (...) woor de knienen gaten onder ewuuld harren (po), As de varkens begunden te wulen... wroeten (Hav) 2. de ondergrond mengen met de bouwvoor Dat stuk grond mouten wie nog even wuilen (Vtm), Nei angemaakt dalgrond mus eerst wuuld worden (Klv)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
woelen , wuulen , woelen.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
woelen , wulen , wûlen , woelen. Ook: Gunninks woordenlijst van 1908: wûlen
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
woelen , wuuln , woelen.
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
woelen , woelen , wulen , werkwoord , (liggen) woelen
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
woelen , wuulle , woelen
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.
woelen , mwoole , werkwoord , woelen (West-Brabant)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
woelen , wule , wuultj, wuuldje, gewuuldj , 1. woelen 2. lang en hard werken , Inne gróndj wule.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
woelen , [beweeglijk persoon] , wuler , (mannelijk) , iemand die voortdurend zwoegt en wroet, steeds in de weer is
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
woelen , wuule , zwak werkwoord , woelen; WBD III.1.2:74 'woelen' = wroeten; WBD III.1.4:218 'woelig' = onstuimig; B wuule - wuulde - gewuuld; korte uu; A.P. de Bont - Dialekt van Kempenland - 1958 e.v. - zw.ww.intr. 'wulen' - woelen; Cornelissen & Vervliet - Idioticon van het Antwerpsch dialect - 1899 - WULEN - woelen, Hgd. wühlen
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant
woelen , wu~le , wuu~lde – gewuu~ld , woelen; onrustig slapen
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.
woelen , wule , zwoegen
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal