elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: wout

wout , wout , (bijvoeglijk naamwoord) , Alleen in tweewouts, driewouts, vierwouts touw, touw bestaande uit twee, drie of vier ineengedraaide draden. || Je moete vierwouts touw nemen; tweewouts is niet stark genoeg. – Vgl. Mnl. wouten, Hgd. walzen, wentelen, rollen; zie Tijdschr. 12, 128 vlgg.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
wout  , woudje , woet, woetje , politie.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
wout , wout , zelfstandig naamwoord , politieagent (Den Bosch en Meierij; Tilburg en Midden-Brabant)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
wout , wout , zelfstandig naamwoord , "politieagent (van Got. waldan); Van Delft - ""Pas op, daar komt 'n 'wout' aan."" (Korvelsch Hoekje) Dit is: Een agent. (Nwe. Tilb. Courant; Van Vroeger Dagen afl. 108; 6 april 1929); Pierre van Beek – Een politieagent hoort zich wel men de naam van ""Wout"" betitelen… (Tilburgse taalplastiek 15 Nieuwe Tilburgse Courant – maandag 5 juni 1950); Henk van Rijen - 'waawt'; WBD III.3.1:345 'wout' = politieagent; 346 wout = rijksveldwachter; Bosch wout - politieagent; WNT WOUT - 2) politieagent, diender"
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal