elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: zaadzak

zaadzak , zaodzak! , m , slome! (scheldwoord.)
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
zaadzak , zoadzak , zak aan de dorsmolen waarin het zaad werd opgevangen.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
zaadzak , zaodzak , zelfstandig naamwoord , de; graanzak
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
zaadzak , zaedzak , zelfstandig naamwoord , zaedzakke , zaedzakkie , linnen of jute zak voor het verpakken van lijnzaad (inhoud 80 kilogram)
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
zaadzak , zaodzak , zelfstandig naamwoord , sloom persoon (Land van Cuijk)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal