elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: zaaier

zaaier , zaaiers , soort van aardappelen (omstreeks 1890).
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
zaaier , saier , jong van een zoogdier dat men zonder hulp der moeder groot brengt; saierlam = zooglam, leplam; ook van biggen die van ’t begin af of spoedig na de geboorte door menschen worden gevoed. Wanneer zulk een dier volwassen is geworden, zegt men nog: ’t is ’n saier.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
zaaier , zeijĕr , zaaier.
Bron: Ebbinge Wubben, C.H. (1907), ‘Staphorster Woordenlijst’, in: Driemaandelijkse Bladen 6, 61-94
zaaier , zeier , zaaier.
Bron: Bos-Vlaskamp, G. e.a. (1994), Olster woorden, Olst.
zaaier , zeier , zaaier.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
zaaier , zi’jer , zelfstandig naamwoord , de; zaaier
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
zaaier , zeier , (zelfstandig naamwoord) , zaaier.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
zaaier , zaoiers , zelfstandig naamwoord, meervoud , kuit van een vis (West-Brabant)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
zaaier , zaajers , zelfstandig naamwoord meervoud , zowel met als zonder de s; Henk van Rijen - hom van de vis = zaajers; Frans Verbunt (1996) - zaajer - haring met kuit; Cees Robben – aacht vorse bukkeme, liefst meej mölluk/ En gin zaaiers... (19680405); WBD III. 4. 2:78 zaajers - kuit, ook genoemd: 'kuit' of 'zaad'; WNT ZAAIER - 6) vrouwelijke visch, inz. haring
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal