elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: zaan

zaan , zaan , dikke melk, room.
Bron: Panken, P.N. (1850) Kempensch taaleigen, Idioticon I, A-Z, Idioticon II, H-Z, red. Johan Biemans, 2010, Bergeijk.
Zaan , Zaan , Zaande , (zelfstandig naamwoord vrouwelijk) , Naam van het water dat de Zaanstreek van het Z. tot het N. doorsnijdt en waaraan deze haar naam ontleent. De Zaan verbond het voormalige IJ (tegenwoordig het Noordzeekanaal) met de in de 17de eeuw ingepolderde Starnmeer en met de Lange meer, en was reeds in de middeleeuwen afgedamd; zie DE VRIES, Kaart v. Holl. Noorderkwartier 38 en vgl. Zaandam en Knollendam. Het gedeelte buiten de Dam te Zaandam heet de Voorzaan, wat daarachter ligt Binnenzaan of Achterzaan. De oudste naamsvorm die ons werd overgeleverd is Zaande; daaruit is later Zane en vervolgens Zaan geworden. || Die helft van der vischeryen doere die Zaende, die onse was, tote der ander helft die hire (hij er) te voren ane hadde (belening van Floris V aan Gerard van Velzen), Oorkb. II no. 726 (a° 1290). In den Noord-Dam van de Zaenden, Priv. v. Westz. 21 (a° 1347). Tuisken (twisken, tussen) den nuwen dijc ende der Zaenden, Hs. v. Egmond B, f° 9 v° (a° 1355). ’t Selve Water van die Zaan, Priv. v. Westz. 342 (a° 1532); aldaar ook: de Zaane. Die Saen, Hs. T. 49, f° 129 r° (a° 1592), prov. archief. ’t Water ghenaemt de Zaane, Priv. v. Westz. 430 (a° 1599). Voor-Zaen, achter-Zaen, LAMS 322 (a° 1628). – Bij uitbreiding bedoelt men in uitdrukkingen als: “hij woont an de Zaan, hij komt van de Zaan, de Zaan heeft veel handel enz.” de gehele Zaanstreek.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
Zaan , Zaan , (zelfstandig naamwoord onzijdig) , Naam van een gehucht aan de Zaan, waaruit later Wormerveer is ontstaan. || De schamele Buren van onsen Dorpe van Zaan, groot wesende omtrent veertien of vijftien huisen, leggende … in de Parochie van onsen Dorpe van West-Zanen (uit de brief waarbij hun vergund wordt een kapel te stichten, a° 1503), SOETEBOOM, S. Arc. 402. Pieter Cornelisz. van ’t Zaen (schepen v. Wormer, a° 1652) V. SANTEN, Priv. v. Kennemerland 247.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
zaan , zaon , zelfstandig naamwoord , zaan. De room van de melk.
Bron: Naaijkens, J. (1992), Dè’s Biks – Verklarende Dialectwoordenlijst, Hilvarenbeek
zaan , zaon , zelfstandig naamwoord , room (Den Bosch en Meierij; Eindhoven en Kempenland; Helmond en Peelland; Tilburg en Midden-Brabant; West-Brabant)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
zaan , zaon , zelfstandig naamwoord , dik van de melk; WBD room (het vette deel van de ongekookte melk, dat boven komt drijven als men de melk rustig laat staan); WBD III. 2. 3:133 'zaan' = melkvel: ook 'vlies'; A.P. de Bont – Dialekt van Kempenland - 1958 e.v. - ; zo'n, zelfstandig naamwoord  m. 'zoo'n' - zaan, room van melk; Cornelissen & Vervliet - Idioticon van het Antwerpsch dialect - 1899 - ZAAN zelfstandig naamwoord  m., niet v. - room van melk; Jan Naaijkens - Dè's Biks (1992) -  zaon zn - zaan, room v. d. melk; A. Weijnen, Etymologisch dialectwoordenboek (1995) - zaan - room; WNT ZAAN, zane - 1) melkroom
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal