elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: zadel

zadel , saal , Zadel.
Bron: J.A.V.H. (18e eeuw), Haagsch Nederduitsch woorden-boekje. Den Haag: Johannes Mensert. Uitgegeven in: Kloeke, G.G. (1938), ‘Haagsche Volkstaal uit de Achttiende eeuw’, in: Tijdschrift voor Nederlandsche Taal- en Letterkunde 57, 15-56.
zadel , zaal , (onzijdig) , zaals , zadel.
Bron: Gallée, J.H. (1895). Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect. Deventer: H.P. Ter Braak
zadel , zäädel , onzijdig , zadel
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen
zadel , zaol , zadel In de zaol béj ’t café lâg miene fietsezaol In de zaal van ’t café lag mijn fietszadel
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
zadel , zaal , zadel.
Bron: Kuipers, Cor e.a. (1989), È maes inne taes. Plat Hôrster, Horst.
zadel , zadel , zaodel, zaedel, zeel, zaol , het , zadels , (Zuidoost-Drenthe, Zuidwest-Drenthe, zuid, Midden-Drenthe). Ook zaodel (Noord-Drenthe), zaedel (Zuidwest-Drenthe, noord), zeel (N:be), zaol (Zuidwest-Drenthe, zuid) = zadel Het zadel zit goed (Hgv), Hij pakte zien fietse, zedde zien linker voude op het opstappie, hupte een paor keer met het rechterbein en joeps, door zat hij op het zaodel (Erf), (fig.) Die kerel, die proot je oet het zadel en giet er zölf in zitten van iem. die goed kan spreken (Pdh), Die zit wel aordig vaste in het zadel (Koe), Ze hebt hum in het zadel hölpen (Klv)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
zadel , zaol , zadel.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
zadel , zääl , (Gunninks woordenlijst van 1908) zadel
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
zadel , zaodel , zaol , zelfstandig naamwoord , zadel; verouderd zaol, zaole, zaoltie; uitdrukking Hij rijdt op meer zaodels Hij heeft niet alles op één kaart gezet
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
zadel , zoal , zool , zadel
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.
zadel , zaâl , zadel
Bron: Laat, G. de (2011), Zoo prôte wèij in Nuejne mi mekaâr, Nuenen
zadel , zaâl , zaal
Bron: Laat, G. de (2011), Zoo prôte wèij in Nuejne mi mekaâr, Nuenen
zadel , zaol , zadel.
Bron: Scholtmeijer, H. (2011), Veluws handwoordenboek, Almere.
zadel , zaal , zelfstandig naamwoord , zadel (Helmond en Peelland)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
zadel , zaal , (mannelijk) , zale , zaelke , zadel voor paard of van fiets , Lèk ’t paerd de zaal ins op.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
zadel , zaol , zelfstandig naamwoord , zòltje , zadel, zadeltje; Teegen et zòltje stònd en fiets meej en nuuw zòltje. WBD zaol - karzadel (zadel v. e. voor de kar gespannen paard); Cees Robben – Hij zit mistal al op ’t pèèrd vurdet ’t zaol d’r op leej... (19810724) [iemand die voor zijn beurt spreekt]; Cees Robben – Moet ik op dè zaoltje..? (19731116); Henk van Rijen - der waare zoale vol zaole - er waren zalen vol zadels; — De Jager, Taalk. handleiding: SALE; Volgens Taalk. Mag. I,349 is er betekenisverwantschap tussen 'zaal' en 'zadel'. A.P. de Bont – Dialekt van Kempenland - 1958 e.v. - zelfstandig naamwoord  vr. en o. 'zaal' - zadel; Cornelissen & Vervliet - Idioticon van het Antwerpsch dialect - 1899 - ZAAL zelfstandig naamwoord  m + v, niet o. - zadel, fr. selle; zòltje - verkleinwoord; zadeltje; Cees Robben - Moet ik óp dè zòltje?; Henk van Rijen - teegen et zòltje stin en fiets meej en nuuw zòltje; – verkleinwoord v. h. homoniem 'zaol', met vocaalkrimping
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant
zadel , zaal , zale , zaelke , zadel
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal