elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: zanden

zanden , zanden , zandig zijn; de weg zandt zwaar, iets zwakker dan: de weg maolt. Zie: maolen.
Bron: Molema, H. (1889), Proeve van een woordenboek der Drentsche volkstaal in de 19e eeuw, handschrift
zanden , zande , werkwoord , Zand kruien, zand verspreiden.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
zanden , zanden , zwak werkwoord, onovergankelijk , (Zuidoost-Drents zandgebied, Kop van Drenthe, Zuidwest-Drenthe, noord). Var. als bij zand = zandig zijn De knaoldiek zandt, der is niet deur te kommen de kanaaldijk is zandig (Sle), Die weg maolt zo, het zandt aordig (Row)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
zanden , záánden , zandten , (vloer) met zand bestrooien.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
zanden , zàànte , zàànd strùìje , zand strooien
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.
zanden , zante , werkwoord , zand strooien (Eindhoven en Kempenland)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
zanden , zaante , zwak werkwoord , zaante - zaantte - gezaant , R de vloer met zand bestrooien (in een boerenwoning); WBD de vloer met zand bestrooien (ter versiering zandfiguren strooien op de geschuurde of geschrobde vloer van woonkamer of salon); A.P. de Bont – Dialekt van Kempenland - 1958 e.v. - zw. ww. tr. 'zanten' - zanden, met wit zand bestrooien
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal