elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: zaniken

zaniken , zaniken , (werkwoord) , herhaald of vervelend over eene zaak praten, onzinnig zijn.
Bron: Panken, P.N. (1850) Kempensch taaleigen, Idioticon I, A-Z, Idioticon II, H-Z, red. Johan Biemans, 2010, Bergeijk.
zaniken , zoanêken , omlullen; zie aldaar.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
zaniken , zannikke , steeds op een vervelende wijze over iets spreken.
Bron: Crompvoets, H. en J. van Schijndel (1991), Mééls Woordeboe:k. Meijel: Medelo.
zaniken , zaniken , zaoniken , zwak werkwoord, onovergankelijk , Ook zaoniken (Noord-Drenthe) = zaniken, zeuren IJ moet niet zo liggen te zaniken (Bor), Zij zaonikt aal over het neie hoes (Gas), Niet zaniken, dan wor ie niet old (Wsv) *As zaniken zeer dee, worde het minder edaone (Pes)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
zaniken , zànnikken , zeuren. ge moet nie zo zànnikken, je moet niet zo zeuren.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
zaniken , zaniken , zaniken
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
zaniken , zônneke , zeuren , Ik zéij mér wa ôn't zônneke want ik wul 't vendaog nog af hébbe. Ik ben maar wat aan het zeuren want ik wil het vandaag nog af hebben.
Bron: Hendriks, W. (2005), Nittersels Wóórdenbuukske. Dialect van de Acht Zaligheden, Almere
zaniken , zànnikke , zeuren
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.
zaniken , zánnikke , zânikke , zeveren, zaniken , Lit ’r toch nie zó te zánnikke. Zanik toch niet zo.
Bron: Laat, G. de (2011), Zoo prôte wèij in Nuejne mi mekaâr, Nuenen
zaniken , sannieje , zanneke, zaoneke, zanke , werkwoord , zeuren (Den Bosch en Meierij); zanneke; zeuren (Den Bosch en Meierij; Eindhoven en Kempenland); zaoneke; zeuren (Tilburg en Midden-Brabant); zanke; vitten (Tilburg en Midden-Brabant)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
zaniken , zaoneke , zwak werkwoord , zaoneke - zaonekte - gezaonekt , zaniken; WBD III. 3. 1:258 'zaniken' = zeuren ; WBD III. 3. 1:293 'zaniken' = zaniken ; WBD III. 1. 4:53 'zaniken' = aarzelen; 50 'zaniken' aandringen ; WBD III. 1. 4:253 'zaniken' = drenzen ; WBD III. 1. 4:256 'zaniken' = kreunen
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal