elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: zerf

zerf , zèèrf , zelfstandig naamwoord , opperhuid. Als iemand z’n been stoot aan een scherpe rand of als zijn arm onzacht in aanraking komt met een ruw oppervlak is er kans dat ie zegt: “‘t Deej verèkkes zeer. ’t Zèèrf is ’r af.”De opperhuid is dan duchtig geschaafd.
Bron: Naaijkens, J. (1992), Dè’s Biks – Verklarende Dialectwoordenlijst, Hilvarenbeek
zerf , séérf , saarf, zéérf , zelfstandig naamwoord , opperhuid (Tilburg en Midden-Brabant); saarf; opperhuid (West-Brabant); zéérf; opperhuid (Tilburg en Midden-Brabant)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
zerf , sèèrf , zelfstandig naamwoord , vel, opperhuid; et sèèrf eraaf (gezegd van b.v. een geschaafde arm); Cees Robben – [Hij] schupte ’t sèèref van m’n scheen... (19661021); Cees Robben – ’t sèèref van m’n kniejes... (19581004); Henk van Rijen - 'òn zun been waar hil ut sèèref aaf' - Zijn been was helemaal geschaafd. WBD III.1.1:51 'zerf' = opperhuid; Jan Naaijkens - Dès Biks (1992) - zèèrf - zelfstandig naamwoord  - opperhuid; T&T - 35:165 Weijnen: Westbrab. 'zaarf' (vel); A. Weijnen, Etymologisch dialectwoordenboek (1995) - zaarf, zèèrf - huid (nbr.) ohgd. saro 'uitrusting' en Gr. Héra 'lett. beschermster. Van een wortel die 'beschutten' betekent.
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal