elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: zerp

zerp , zerp , fijn, doch schraal op ’t gevoel.
Bron: Panken, P.N. (1850) Kempensch taaleigen, Idioticon I, A-Z, Idioticon II, H-Z, red. Johan Biemans, 2010, Bergeijk.
zerp , zerp , serp , zuur, zuurachtig, wrang.
Bron: Panken, P.N. (1850) Kempensch taaleigen, Idioticon I, A-Z, Idioticon II, H-Z, red. Johan Biemans, 2010, Bergeijk.
zerp , zerp , zarp , (bijvoeglijk naamwoord) , Daarnaast zarp. Zie de wdbb. || Wat benne die peren zarp. – De vorm zarp komt bij oudere schrijvers dikwijls voor; vgl. OUDEMANS, Wdb. op Bredero 322; V. BEAUMONT (ed. TIDEMAN) 42 en 264; SIX V. CHANDELIER, Poesy 109 e.e.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
zerp , zèèrp , bijvoeglijk naamwoord , scherp (Eindhoven en Kempenland)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal