elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: zijig

zijig , ziedîg , zijdeachtig, op zijde gelijkende, als zijde, bv. van fijn bewerkt vlas, of van eene fijne wollen stof. Gevormd als: wollig, vlassig, enz. Zie: ig.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
zijig , zééjeg , bijvoeglijk naamwoord , zoetsappig, schijnheilig (Den Bosch en Meierij)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
zijig , zijeg , bijvoeglijk naamwoord , halfzacht (Henk van Rijen: zèèjeg)
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal