elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: zingzolder

zingzolder , zingzulder , zelfstandig naamwoord , zangkoor. Schertsende benaming voor de plaats waarlangs d’n duvel de kerk binnenkomt.
Bron: Naaijkens, J. (1992), Dè’s Biks – Verklarende Dialectwoordenlijst, Hilvarenbeek
zingzolder , zingzulder , zelfstandig naamwoord , zangkoor (Tilburg en Midden-Brabant)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal