elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: zoetjes

zoetjes , zuitjes , voor: onhoorbaar, in: zuitjes lezen = niet hoorbaar lezen. Zie: hardop; en ook: zachies.
zuitjester, vergrootende trap van: zuitjes = zoetjes = zachtjes, en: langzaam; ie mouten zuitjester loopen (proaten, zingen, enz.) = niet met zooveel gedruisch, en: niet zoo hard.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
zoetjes , zoetjes , (bijvoeglijk naamwoord) , Zachtjes, langzaam. Zie de wdbb. || Wat loopt ze zoetjes. Voerman, rij wat zoetjes (in een kinderrijm). – Zegsw. Zoetjes doen geen benen breken, waarvoor men elders zegt: zachtjes aan doet geen benen breken (HARREBOMEE 1, 41).
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
zoetjes , zuitjes , zie hardop *; ook = langzaam, zoetjes, (vgl. bl. 583.)
Bron: Ganderheyden, A.A. (1897), Groningana – Supplement op H. Molema’s Woordenboek der Groningsche Volkstaal, Groningen (reprint 1985)
zoetjes , zuutjes , zoetjes, stilletjes, voorzichtig; langzaam zuutjes án nor huus toe gaon langzaam aan naar huis gaan; zuutjes doên stil zijn, rustig doen.
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
zoetjes , zuutjes , bijwoord , Variant van zoetjes (Andijk).
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
zoetjes , zuutjes , zachtjes.
Bron: Kuipers, Cor e.a. (1989), È maes inne taes. Plat Hôrster, Horst.
zoetjes , zuuties , bijwoord , 1. zacht (Zuidoost-Drents zandgebied) Zuuties en zachies, want het wicht is nog jong maak het niet te bont (Sle) 2. (Zuidoost-Drents zandgebied, Zuidwest-Drenthe, Midden-Drenthe, Kop van Drenthe), in zo zuuties an langzamerhand Wij moet zo zuuties an op hoes an; aans wordt het zo laat (Oos)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
zoetjes , zûties , in: zûties an ‘zachtjes aan’
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
zoetjes , zeuties , bijwoord , kalm, op rustige wijze, in verb. als op zien Tiemen, hak zeuties heel rustig, zonder zich te haasten
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
zoetjes , zoetjiester , bijvoeglijk naamwoord , [Obl] zachter Zet de radio is wat zoetjiester
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
zoetjes , zuutjes , zachtjes
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.
zoetjes , zuutjes ôn , langzamerhand
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.
zoetjes , zuties , (bijwoord) , zoetjes, zachtjes, kalmpjes.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
zoetjes , zuutjes , zuutekes , bijwoord , zoet, zachtjes (Tilburg en Midden-Brabant); zuutekes; zachtjes, langzaam (Helmond en Peelland)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
zoetjes , zuutjes , bijwoord , zoetjes, langzaam; mar 'k wier et zuutjes beu... (Piet Heerkens; uit: De Kinkenduut, ‘Mijn irste broek', 1941); Mar dè gonk toch ok nie op den duur, en zo zè’k heel zuutjes aon gewend. (Naarus; ps. v. Bernard de Pont; in: Groot Tilburg 1941; CuBra); Cees Robben – Zuutjes kuieren, luikes luieren (19540612); Cees Robben – En de wend die fraozelt zuutjes,/ liefdesliekes in mun oor.. (19540612); Cees Robben – ...bedeesd en zuutjes (19571207); Krèègde zuutjesaon wè bèùk/ òf en te breeje gat/ dan snap ik nie wörom dègge/ oe fietske niet meer vat. (Lechim; ps. v. Michel van de Ven; ongedateerd knipsel 1960-1980; uit: ‘Jè, jè, gullie fietst mar‘); Henk van Rijen - lop tòch nie zo zuutjes - loop toch niet zo langzaam; Bosch zuutjes - zachtjes, langzaam
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal