elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: juist

juist , just , juust, sjust, sjuust , (Westerkwartier) = juist, overal elders: juust, ook juustement, wanneer het eene toestemming geldt. – den Haag, Zuid-Nederlandsch sjuus, Kil. juyst, just; Zeeland juustement, Westfaalsch justemente = juist. Ook = trouwens, evenwel; ie bin vast nijt noa stad west? ik just ook n’t; juust = just (Westerkwartier) = echter: ik wijt ’t juust ook nijt; ’t het dunderd, ik heb’t juust nijt heurd.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
juist , jü̂̂st , sjü̂̂st, sjü̂̂stement , Juist (Toestemmend, goedkeurend.)
Bron: Draaijer, W. (1896). Woordenboekje van het Deventersch Dialect. ’s-Gravenhage: Martinus Nijhoff
juist , juist , (bijvoeglijk naamwoord en bijwoord) , Zie de wdbb. – Zegsw. Juist, Piet Tuin, uitbreiding van juist, zo is het!
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
juist , just* , ook = trouwens: ie binʼ vast nijt noa stad west? ik just ook nʼt.
Bron: Ganderheyden, A.A. (1897), Groningana – Supplement op H. Molema’s Woordenboek der Groningsche Volkstaal, Groningen (reprint 1985)
juist , jü̂st , sjü̂st, sjü̂stement , Juist. (Toestemmend, goedkeurend.)
Bron: Draaijer, W. (2e druk 1936), Woordenboekje van het Deventersch Dialect, Deventer: Kluwer.
juist  , jüs , juist.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
juist , jüst , juist. Jüstement
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen
juist , juus , uitroep , zeker
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
juist , juust , net, pas, zoëven, zo is het!
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
juist , sjuust! , [F.: justement] juist, krek, precies!
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
juist , sjuust , bijwoord , juist, precies. Van het Frans: juste. 1. Hoe stògget ’r mee? ’t Is sjuust klaor. 2. Sjuust wèk wò zègge. Precies wat ik wou zeggen.
Bron: Naaijkens, J. (1992), Dè’s Biks – Verklarende Dialectwoordenlijst, Hilvarenbeek
juist , juust , bijwoord, bijvoeglijk naamwoord , juist Juust, ie slaot de spieker op de kop (Zdw), Juust, zo is het (Bov), Dat hej juust ezegd (Pes), Dat komt mie juust van pas (Klv), Dat is het hum noou juust, ik wol dat ik dat zeker wus (Eex), Het is juust zoas ij het zegt (Bui), Dat is neit zuver juust jong, waj mij daor vertelt (Vri), Dat is de juuste tied (Eco), Ze hebt het bij het juuste ende (Hgv)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
juist , sjuust , juist.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
juist , juust , juustement , juist. Ook: juustement
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
juist , juus , juist. Juus mienjonge, dât heb iej goed ezeg.
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
juist , sjuust , juist , Wanniir iet goed is zègge ze dé't sjuust is, dan kun'de meej'jew wéérk durgôn. Wanneer iets goed is zeggen ze dat het juist is, dan kun je met je werk doorgaan.
Bron: Hendriks, W. (2005), Nittersels Wóórdenbuukske. Dialect van de Acht Zaligheden, Almere
juist , juust , just , bijwoord, tussenwerpsel , 1. nou net, nou juist 2. nog maar net, juist, precies, zo is het
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
juist , juust , bijvoeglijk naamwoord , correct
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
juist , just , bijwoord , 1. gedurende zeer korte tijd 2. zoëven
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
juist , juust , (bijvoeglijk naamwoord, bijwoord) , juist, precies. Et juuste antwoord. Zie ook: krek.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
juist , sjuust , bijwoord , zojuist, precies (West-Brabant)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
juist , jus , just, sjus, sjust, zjus, zjust , 1. juist, zojuist, daarnet, net, pas, precies 2. juist, correct , Ich kwaam sjus(t) op tied.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
juist , sjuust , bijwoord , juist, precies, zopas; Dè doeie naa sjuust verkeerd. - Dat doe je nou net verkeerd. B suust; uit het Franse ‘juste’; precies, zojuist; 1 - tussenwerpsel, uitroep; Cees Robben - Sjuust mevrouwke... (19550514); Cees Robben – Sjuust wè ge zegt Kee... (19560707); 2 - bijwoord; Cees Robben – Sjuust vandaog... (19600701); Cees Robben - ...en sjuust d’n vierde man (19601230); Cees Robben – Ik ben sjuust op de kèèès gebid... (19590328); Pierre van Beek – Ik hèb et oe sjuust nog gezeej; Bosch sjuust - juist; Hees sjuust (I:15) = Fr. 'juste'; C. Verhoeven - Herinneringen aan mijn moedertaal – SUUST bw, de s-klank in het begin zal v. h. Fr. juste stammen: juist. Het woord dient een enkele keer om de juistheid v.e. opmerking te bevestigen, maar veel frequenter om een correctie of aanvulling op eigen bewering in te leiden: of nee: suust... A.P. de Bont – süst, resp. s’üst bijw. (fr. juste) - juist; Jan Naaijkens - Dè's Biks –- sjuust bw - juist, precies; WNT JUIST, gewestelijk JUUST
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant
juist , juus , zojuist
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal