elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: zuchtig

zuchtig , zuchtig , onpasselijk, ziekachtig. Het is een pleonasmus en wordt in de spreekwijze ziek of zuchtig slechts gezegd.
Bron: Panken, P.N. (1850) Kempensch taaleigen, Idioticon I, A-Z, Idioticon II, H-Z, red. Johan Biemans, 2010, Bergeijk.
zuchtig , zuchtig , ongesteld.
Bron: Ballot, A. (1870), Eigenaardigheden van het Twentsche dialect, uitgegeven in 1968, Hengelo.
zuchtig , zuchtîg , in de alliteratie: zijk (of: zaik) en zuchtîg (Hoogeland) = lijdend, sukkelend. Zie ook: zucht.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
zuchtig , zuchtig , ziekelijk. Ait zeik en zuchtig.
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen
zuchtig , zuchteg , sukkelachtig
Bron: Steenhuis, F.H. (1978), Stoere en Olderwetse Grunneger Woorden, Wildervank: Dekker & Huisman
zuchtig , zuchtig , bijvoeglijk naamwoord , (Zuidoost-Drents zandgebied, Midden-Drenthe, Kop van Drenthe, Zuidwest-Drenthe, noord) = 1. dik, opgezet Het uur van de koe is wat zuchtig de koe heeft een gezwollen uier (Gro), Hij is wat zuchtig in het gezicht (Een), Bainen binnen wat zuchtig (Eev), Zuchtige benen (Wsv), Oous peerd is zuchtig, het liekt mij niet gooud toou (Eex) 2. sukkelend, ziekelijk (dva)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
zuchtig , zuchtig , bijvoeglijk naamwoord , 1. gezwollen door/met zucht 2. ziekelijk
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
zuchtig , zuchteg , bijvoeglijk naamwoord , ziekelijk (Den Bosch en Meierij)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal