elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: zwiers

zwiers , zwiers , zelfstandig naamwoord , ondermelk, taptemelk. Wat er overblijft als de room uit de volle melk verwijderd is. De zwiers werd als veevoer gebruikt.
Bron: Naaijkens, J. (1992), Dè’s Biks – Verklarende Dialectwoordenlijst, Hilvarenbeek
zwiers , zwiers , ondermelk , De rómkaor brôcht de zwiers vur de váérekes meej trug van't stóóm. De melkkar bracht de ondermelk voor de varkens mee terug van de melkfabriek.
Bron: Hendriks, W. (2005), Nittersels Wóórdenbuukske. Dialect van de Acht Zaligheden, Almere
zwiers , zwier(t)s , zelfstandig naamwoord , ondermelk (Eindhoven en Kempenland; Helmond en Peelland; Tilburg en Midden-Brabant)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
zwiers , zwiers , zelfstandig naamwoord , WBD afgeroomde melk, ook 'óndermèlk' genoemd; – korte ie; Cees Robben – [de stier spreekt] Ik (...) snoepte van d’n zwiers en ’t gras/ D’n klèèver en d’n rôôme... (19600415); C. Verhoeven - Herinneringen aan mijn moedertaal - 1978 - ZWIERS (kort uitgesproken) v. - taptemelk, symbool v. mager drinken. A.P. de Bont – Dialekt van Kempenland - 1958 e.v. - zwirts, waarnaast soms 'zwirs', zelfstandig naamwoord  m 'zwierts' - ondermelk, taptemelk; Jan Naaijkens - Dè's Biks (1992) - zwiers zn - ondermelk; WNT ZWIERS - (gewestelijk) dunne, afgeroomde melk met waterachtigen schijn
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal