elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: dag samen 

dag samen , [begroeting] , dagzaom , goeden dag! ook al ontmoet men maar één persoon. Van een binnenkomende luidt de groet: gôandagzaom, en de wedergroet: ook goandag. Gron. dagsoam, goundag, dagmit’nkander, en bij de ontmoeting van twee personen: dag ie baiden; dagsaom ook tegen een enkel persoon. Ned.Bet. dagsaom, Holst. goden dag tosamen. Zie: dag te hoop.
Bron: Molema, H. (1889), Proeve van een woordenboek der Drentsche volkstaal in de 19e eeuw, handschrift
dag samen , dagsoam , zie: dag.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
dag samen , dagsĕm , goedendag samen (groet).
Bron: Ebbinge Wubben, C.H. (1907), ‘Staphorster Woordenlijst’, in: Driemaandelijkse Bladen 6, 61-94
dag samen  , daag samen , goeden dag.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal