elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: dans 

dans  , dans , denske , dans.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
dans , daans , dans , daansen , Ook dans (Zuidoost-Drenthe, Veenkoloniën) = dans De veleta is een olderwetse daans (Bor), Ik vraog heur veur de eerste daans (Eex), Hij is de dans ontsprongen (Vtm)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
dans , daans , zelfstandig naamwoord , de; dans
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
dans , dans , (mannelijk) , danse , denske , dans
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
dans , daans , zelfstandig naamwoord , dans
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant
dans , dans , denske , dans
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal