elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: derde 

derde , driede , voor derde. Het is een zeer schoon, goed, thans bij beschaafden minder gebruikelijk woord.
Bron: Panken, P.N. (1850) Kempensch taaleigen, Idioticon I, A-Z, Idioticon II, H-Z, red. Johan Biemans, 2010, Bergeijk.
derde , dardert , darders, dartjerd, dartjed , de derde aan beurt. Als: eerstert, andert, rangschikkend telwoord (Verder dan deze gaat men niet.)
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
derde , dart , (telwoord) , zie derde, dertien, dertig.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
derde , derde , (bijvoeglijk naamwoord) , (ranggetal). Daarnaast darde en dard. || Jij ben eerst, Piet is tweed en ik ben dard.. Ze is de darde maart jarig.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
derde , dartjert , zie dardert *.
Bron: Ganderheyden, A.A. (1897), Groningana – Supplement op H. Molema’s Woordenboek der Groningsche Volkstaal, Groningen (reprint 1985)
derde  , derds , derde.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
derde , daarde , derde
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen
derde , derd , het derde (b.v. team van een sportclub). Onze Jan spult in ’t derd
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
derde , dardes , ten derde. [Kat]
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
derde , dréjde , derde (rangtelwoord).
Bron: Crompvoets, H. en J. van Schijndel (1991), Mééls Woordeboe:k. Meijel: Medelo.
derde , daarde , darde, derde, daarderd , Ook darde (Zuidwest-Drenthe), derde (Zuidoost-Drents veengebied), daarderd (Zuidoost-Drents zandgebied) = derde De daarde garst was veur de hèerschup, hie kwam met een schup en meuk een gat bij de daarde garf. Dat was dan ziende. Daor wur dan later een aparte bult van zet (Emm), Hie hef het laand verhuurd op daarde garve (Sle), Wij hebt het veur de daarde huren het voor de derde garve (Sle), Hij is daarderd worden mit scheuvellopen (Sle), ...daarde of daar (Eex), ...daard (Row), ...daardes (Die)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
derde , dòrde , derde.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
derde , dädde , derde
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
derde , dârde , derde. De dârdndaegse koorse.
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
derde , dadde , darde, daarde, dedde, derde , zelfstandig naamwoord , et; derde deel van iets
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
derde , dadde , darde, daarde, dedde, derde , zelfstandig naamwoord , de 1. derde persoon of exemplaar in een reeks, bij een rangorde van resultaten e.d. 2. een derde, niet betrokken persoon, een persoon volgende na twee eerdere
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
derde , dadde , darde, daarde, dedde, derde , rangtelwoord , Iderde
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
derde , dad , daard, dadst, daddest , bijwoord , derde in tijd, een reeks e.d.
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
derde , derderes , derdes, ders , telwoord , derde Ik bin derderes, jij twêês Ik ben derde, jij tweede Ze staot derderus Zij staat derde Ook ders, derdes; Hij stao ders gunter Hij staat ginds op de derde plaats
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
derde , dorde , derde
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.
derde , därde , (rangtelwoord) , derde.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
derde , därdes , (zelfstandig naamwoord) , de derde. IJ is därdes ewörren.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
derde , driedes , dèrde , derde
Bron: Laat, G. de (2011), Zoo prôte wèij in Nuejne mi mekaâr, Nuenen
derde , driede , (W,V,B) derde
Bron: Gast, C. de (2011), ’t Boekske van de Aolburgse taol, Wijk en Aalburg: Stichting behoud Aalburgs dialect.
derde , daarde , darde , derde; darde been, wandelstok; daarde oge, aars; daarde haalf, tweeëneenhalf.
Bron: Scholtmeijer, H. (2011), Veluws handwoordenboek, Almere.
derde , derdje , derde , Vuuer d’n derdje kieër.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
derde , darde , dèrde, dèrts, driede, driedes , telwoord , derde; Pierre van Beek: darde - derde (naast 'driede'); WNT DERDE, darde; dèrde; Robben gebruikt het woord in combinatie met ‘verzekeren’ van een auto; waarschijnlijk: verzekerd tegen aansprakelijkheid door derden; Cees Robben – ‘khem tegen ’t derde verzekerd mar hij is nog alle riks werd.. (19681101); dèrts; Henk van Rijen: derde; Verkorting van 'dèrdes'; driede; derde; Driede vent stond er stillekes bij te louwen. (Kubke Kladder; ps. v. Pierre van Beek; NTC; Uit ‘t klokhuis van Brabant 8; 31-12-29); Dees is naa al 't driede velleke. (Kubke Kladder; ps. v. Pierre van Beek; NTC; Uit ‘t klokhuis van Brabant 1; 9-10-1929); En naa de driede reje... (Kubke Kladder; ps. v. Pierre van Beek; NTC; Uit ‘t klokhuis van Brabant 1; 9-10-1929); Er was 'ne boer en die ha drie zoone; den eene hiette Cis; den aandere hiette Sas; en den driede hiette Sus van Kempen. (Piet Heerkens; uit: Brabant, ‘Brabantse psalm’, 1941); Cees Robben – De driede parochie van Gôôl... (19660527); J.H. Hoeufft, Proeve van Bredaasch Taal-eigen (1836) - DRIEDE voor 'derde'. Het is een zeer goed, schoon thans minder gebruikelijk woord; 'twelk, of wel 'dryde' bij Kiliaan nog voorkomt, en bij vele Ouden gevonden wordt. Z.a. Cornelis Verhoeven:  DRIEDE ouderwets voor 'derde'; ook 'darde' werd gezegd. A.P. de Bont: driede, telwoord - derde; driedes; Frans Verbunt: derde; D. Boutkan: (blz. 43) driedes 'ten derde'
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal