elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: diefje 

diefje  , deefkes , loopers om een slot te openen.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
diefje , diefie , zelfstandig naamwoord ’t , Diefje, in de zegswijze diefie mit verlos, ouderwets kinderspel.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
diefje , [loper] , deefke , (onzijdig) , deefkes , 1. loper 2. valse scheut bij planten
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal