elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: dobbelsteen 

dobbelsteen , dobbelsteen , (zelfstandig naamwoord mannelijk) , zie zegsw. op opgooien.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
dobbelsteen  , dobbelstein , dobbelsteen.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
dobbelsteen , dobbelstientjes , zelfstandig naamwoord meervoud , Ook: in de vorm van dobbelsteentjes gesneden stukjes brood, spek, kaas e.d.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
dobbelsteen , dòbbelstieën , kleine kubus waarvan de zes vlakken met 1 tot 6 ‘ogen’ voorzien zijn.
Bron: Crompvoets, H. en J. van Schijndel (1991), Mééls Woordeboe:k. Meijel: Medelo.
dobbelsteen , dobbelstien , de , 1. dobbelsteen Het gaanzebord speulden wij met twee dobbelstenen (Rol) 2. stukjes spek Aover de slaot deuw dobbelstienties spek (Ruw) 3. beentje uit spronggewricht (Midden-Drenthe) Aw, doe wij kinder wassen, een schaop slaachten, dan kregen wij de dobbelstienen (And)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
dobbelsteen , dòbbelstien , (Gunninks woordenlijst van 1908) dobbelsteen
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
dobbelsteen , dobbelstien , zelfstandig naamwoord , de 1. dobbelsteen 2. (verkl.) stukje spek in die vorm
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
dobbelsteen , dobbelstien , (zelfstandig naamwoord) , dobbelsteen.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal