elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: dole

dole , döölke , jonge kraai.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
dole , dole , de , dolen , (Zuidoost-Drenthe, Veenkoloniën) = scheidingsgat, vast punt op een van de hoeken om eind van een perceel aan te geven As ze eerder in een haideveld angaven, woor de schaiding was, spitten ze een dreihoukig gat in de grond en dei nuimden ze dole (Bov), zie ook knagge
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
dole , [kauw] , daol , (vrouwelijk) , däöl , däölke , kauw, zie ook kauwke
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
dole , däölke , däölkes , kauw
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal