elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: ginds

ginds , gin , gunter , ginder, ginds, Gron. gunne, gunders, gunt, Dordtsch gunter, Sliedrecht gunt, Axel gunter, Oostfr. günn, günd, günder, gündert, günnerd, Neders. gunt, gunnen, Holst. günt, Eng. yond, AS. geond, Oudfr. gunt, gint, jent, Goth. jaind.
Bron: Molema, H. (1889), Proeve van een woordenboek der Drentsche volkstaal in de 19e eeuw, handschrift
ginds , günd , (bijwoord) , ginds
Bron: Gallée, J.H. (1895). Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect. Deventer: H.P. Ter Braak
ginds , gunne , voor: ginds, en: gene; an de gunne kant = aan de overzijde; ook Friesch, Geldersch Zie ook: gunders.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
ginds , gunderste , gindsche; ’t gunderste hoes doar woon wie = in het huis daar ginds, in het gindsche huis wonen wij. Zuid-Holland gunterse. Zie: gunders.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
ginds , gunt* , ’t verdient vermelding, dat men “ʼt glunt” of “ʼt gundt” voor “hetgene” gebruikt vindt in het geschrift: Bewijs van de vrijheijt ende independentie der Vrije Oldampten, (Rotterdam 1640), bldz. 5, achterin, en volgende; zoo ook in andere geschriften uit dien tijd, over ʼt zelfde onderwerp, reeds in 1630; ook nog in staatsstukken plusminus 1770.
Bron: Ganderheyden, A.A. (1897), Groningana – Supplement op H. Molema’s Woordenboek der Groningsche Volkstaal, Groningen (reprint 1985)
ginds , gunt , ginder. Gunt bij de brug.
Bron: Beets, A. (1927), ‘Utrechtsche Volkswoorden en Volksgezegden’, in: Driemaandelijksche bladen 22, 1, 1-30, 73-84. Groningen
ginds , guns , ginds. Dao guns, daarginds.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
ginds , ginten , ginds. Wanneer Rusluie van ginten spraken, bedoelden zij St. Petersburg.
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen
ginds , guns , ginds.
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
ginds , gunne , aanwijzend voornaamwoord , Dialectische variant van gindse. | An gunne kant.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
ginds , guns , bijwoord , Dialectische variant van ginds.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
ginds , geuns , gunder.
Bron: Kuipers, Cor e.a. (1989), È maes inne taes. Plat Hôrster, Horst.
ginds , geens , bijwoord , die kant, ginder. 1. ‘t Is nie hier mar geens. ’t Is ginds. 2. Hèrs en geens wier d’r nogal geklaogd oover ’t morse meej drèèfmis. Links en rechts werd nogal geklaagd over het geknoei met drijfmest.
Bron: Naaijkens, J. (1992), Dè’s Biks – Verklarende Dialectwoordenlijst, Hilvarenbeek
ginds , geuns , doa âchter, wiet weg.
Bron: Kuipers, Cor e.a. (1993), Zò bót ás en hiëp. Plat Hôrster, Horst.
ginds , gund , in de uitdrukking die lui leve maar een end gund op : die tillen er niet zo zwaar aan (LPW: IJss, Bens)
Bron: Scholtmeijer, H. (1993), Zuidutrechts Woordenboek – Dialecten en volksleven in Kromme-Rijnstreek en Lopikerwaard, Utrecht
ginds , guns , ginds.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
ginds , gin , gun , (Midden-Drenthe, Zuid-Drenthe). Ook gun (Midden-Drenthe), zie voor var. ook bij daorgin = ginds, gene Waor hej het vort? Achter dat ginne hoes, achter die ginne bomen (Sle), Dat is ginne kaante op (Hol), Moej dizzze kaant op of gun kaant? (Eex), Loop even an gin kaant ’t hoes... daor heb ik de hark liggen (Gas), als bw. Gin in het zuden (hi)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
ginds , gunds , guunds, ginds , bijvoeglijk naamwoord, bijwoord , (Kop van Drenthe, Zuidoost-Drenthe, Midden-Drenthe, Zuidwest-Drenthe, noord). Ook guunds (Zuidoost-Drents veengebied) = daarginds Gunds daor lopen goenen daarginds loopt wat (Vri), Mosse gunds is kieken! (Nsch), (zelfst.) Ik hebbe dizze liever dan die gundse (Nije), zie ook bij daorgin; guunds, voor samenstellingen, varianten en voorkomen z. daorgin = ginds Dat hoes stait schuun tegenover dei guundse boerderij (Bov); ginds (Midden-Drenthe, Zuidwest-Drenthe, zuid), zie voor var. ook bij daorgin = ginds Ie bint hier niet an het goeie adres, ie mutten gindse kaante uut (Hgv)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
ginds , gins , ginter, geeneind, gineind , ginds, daarginds.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
ginds , gindse , aanwijzend voornaamwoord , gene, gindse
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
ginds , guñs , uitdrukking , Ze gaon guñs en hers heene Ze gaan alle kanten uit; guns en hers hier en daar
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
ginds , gins , ginderwèìjd , ginds
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.
ginds , gins , ginsweijd , ginderweijd , 1. ginds; 2. ginder, in de verte , Gins lupt ie. Ginds loopt hij.
Bron: Laat, G. de (2011), Zoo prôte wèij in Nuejne mi mekaâr, Nuenen
ginds , gint , ginte, gintro, gintso , ginter , (< ginds zo, vgl. hiero, daaro), ginds(e).
Bron: Scholtmeijer, H. (2011), Veluws handwoordenboek, Almere.
ginds , geens , bijwoord, ook bijvoeglijk naamwoord , ginds; vgl. 'hers èn geens'; Dialectenquête 1876 - hers en gêndsch (ê: vgl. gête - geiten) - hier en gindsch; Cees Robben – “Want in dè giense höske geens../ Wier vruuger bier gebrouwen... (19560908); Jan Naaijkens - Dè's Biks (1992) - geens bijwoord - die kant, ginder; giens; Cees Robben – “Want in dè giense höske geens../ Wier vruuger bier gebrouwen... (19560908); Henk van Rijen –  ginds
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant
ginds , guns , ginds
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal