elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: gluipoog 

gluipoog  , loepoug , blauw oog van het slaan.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
gluipoog , gluupoug , gluipoug , zelfstandig naamwoord de , Iemand die loenst of gemeen kijkt.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal