elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: graat 

graat , graot , (onzijdig) , gräote , graat.
Bron: Gallée, J.H. (1895), Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect, aanhangsel Twents
graat , graot , (mannelijk, vrouwelijk) , gräote , graat.
Bron: Gallée, J.H. (1895). Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect. Deventer: H.P. Ter Braak
graat , graat , graad , (zelfstandig naamwoord vrouwelijk) , Visgraat. Het meerv. luidt graden, evenals in het Mnl., Mnd. en Nnd. Vgl. verder Ned. Wdb. V, 524. || In snoek zitten zo akelig veel graden. Doen de graden maar van je bord.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
graat  , graot , gröötje , graat van een visch, Van de graot valle, mager worden.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
graat , graot , gräöte , graat
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen
graat , groate , groat , zelfstandig naamwoord, mannelijk , grùete , grùetjen , graat
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
graat , grötien , graatje.
Bron: Bos-Vlaskamp, G. e.a. (1994), Olster woorden, Olst.
graat , graot , graote, graode , graoten, graoden , Ook graote (Zuidoost-Drents veengebied), graode (Veenkoloniën) = graat Hij hef een graat in de hals kregen (Bov), Wai lust graog vis, mor bent verrekte bang veur een graot in de haals (Eev), (fig.) Die hef niet zo’n beste graot in de rugge het is een slappeling (Sle), Het was niet al te zuver op de graot het was geen zuivere koffie (N:Sle), Die deugt niet an de graot (Klv) of Hij is niet zuver op de graot niet te vertrouwen (Row), Op de graot bekeken is hie zo slecht nog niet op de keper beschouwd (Nam)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
graat , graot , graat
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
graat , graot , graat.
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
graat , graot , zelfstandig naamwoord , de; 1. graat van een vis 2. geraamte van een vis 3. ruggengraat (fig.)
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
graat , graet , uitdrukking , Hij druip van de graet Hij is zeer mager
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
graat , groot , graat (vis)
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.
graat , graot , (zelfstandig naamwoord) , grötien , graat.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
graat , graot , zelfstandig naamwoord , honingraat (Land van Cuijk)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
graat , graot , (mannelijk) , graote , gräötje , graat , Zoea mager es eine graot. Neet zuver oppe graot zeen: niet helemaal eerlijk zijn.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
graat , graot , zelfstandig naamwoord , gròtje , graat; in vis; Hattie ons vrijdags kunnen trakteren op un voorntje baorske of forelleke bij de èèrpel. Han wij kunnen kankeren op de grôtjes. (Lodewijk van den Bredevoort – ps. v. Jo van Tilborg, Kosset den brèùne eigeluk wel trekken? Dl. 1, Tilburg 2006); WBD III.4.2:137 'graat' - honingraat, ook 'raat' genoemd; ruggegraat; Cees Robben – Ons oma viel van d’r stökske en d’n opa van zunne graot... (19860620) [flauwvallen]; gròtje; (vis)graatje; WBD III.4.2:74 - 'graatje' -graat, ook 'spijl' genoemd
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal