elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: gruzelementen 

gruzelementen , griezelement , (zelfstandig naamwoord onzijdig) , Alleen in de uitdr. aan griezelementen, aan stukken. || Daar leit me de schotel an griezelementen. – aan gruizelementen. Het woord is afgeleid van griezel, gruizel, stukje, kleinigheid. – Synon. garlement.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
gruzelementen , garlement , garrelement, gorrelement , (met hoofdtoon op ment) , (zelfstandig naamwoord onzijdig) , Daarnaast ook garrelement en gorrelement. Alleen in het meerv., in de uitdr. an (of in) garlementen, aan stukken. || Daar leit ’t bord an garrelementen. Nou heb me die meid de spiegel in garlementen vallen laten. Hij sloeg de hele boel an gorrelementen. – Zie garl en garldegooi, en vgl. griezelement.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
gruzelementen  , gruzelemente , tot gruis.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
gruzelementen , garlemente , zelfstandig naamwoord meervoud , Dialectische variant van gruzelementen.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
gruzelementen , groezelementen , gruzelementen , (Noord-Drenthe, Zuidoost-Drenthe, Zuidwest-Drenthe, zuid). Ook gruzelementen (Zuidwest-Drenthe) = gruzelementen Dat koppie vuil in groezelementen (Eco), Die kerel wurde zo kwaod, hij houwde alles an groezelementen (Koe), ...in gruzelementen (Dwi), De diggelkast veul um en alles was an groezelementen (Zwin), zie ook gruzels
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
gruzelementen , gruzelementen , groezementen , stukjes. In gruzelementen laoten vallen ‘in stukjes laten vallen’. Ook: Gunninks woordenlijst van 1908: groezementen
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
gruzelementen , gruuzelementn , gruzelementen.
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
gruzelementen , gruuzelemènte , stuk , Ze hébbe dé bild óp de mért in gruuzelemènte geslaoge, t’is óngepérmetiird. Ze hebben dat beeld op de markt helemaal stuk geslagen, het is verschrikkelijk.
Bron: Hendriks, W. (2005), Nittersels Wóórdenbuukske. Dialect van de Acht Zaligheden, Almere
gruzelementen , gruzelementen , zelfstandig naamwoord , in in gruzelementen, an gruzelementen in, aan gruzelementen
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
gruzelementen , groezelemènte , gruzelementen
Bron: Laat, G. de (2011), Zoo prôte wèij in Nuejne mi mekaâr, Nuenen
gruzelementen , [splinter] , groezelement , splinter (W.-Veluwe).
Bron: Scholtmeijer, H. (2011), Veluws handwoordenboek, Almere.
gruzelementen , griezelemènte , zelfstandig naamwoord, meervoudig , Henk van Rijen –  gruzelementen, scherven, stukken
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal