elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: muzikant 

muzikant  , muzekant , muziekant.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
muzikant , muzikant , de , muzikanten , muzikant Ze kunden nog nich begonnen te blaozen, de helft van de muzikanten was der nog nich (Bov)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
muzikant , muzekant , (zelfstandig naamwoord) , muzikant.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
muzikant , muuziekaant , zelfstandig naamwoord , muzikant ; ANTW. MUZIKANT (Kemp.: muzz?kaant, met Ned. a) zelfstandig naamwoord m. - speelman
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal