elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: nalopen 

nalopen , noaloopen , Heeft men er niet voor gezorgd om tijdig van iemand, wiens zaken zwak staan, zijn geld te krijgen, dan zegt men: hij is in ’t noaloopen = achter het net visschen; eigenlijk zooveel als: dien persoon moeten naloopen, en ook = achter zien ijgen geld mouten anloopen.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
nalopen  , naoloupe , naloopen.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
nalopen , naolopen , sterk werkwoord, overgankelijk , 1. achter iemand aanlopen De hond is mij naolopen (Eke), Wol ie de maais al naolopen? Bin ie al dreuge achter de oren? (Ruw) 2. nagaan, controleren Even naolopen of de reken wel klopt (Nor), Loop de rikken nog even nao, mörgen moew de koene verweiden (Pdh), z. ook naokieken 3. nadruppelen De kraon lop nog wat nao (Sle), z. ook naodruppen
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
nalopen , noolóópen , nalopen.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
nalopen , naolupt , graag hebt , Iet wag’ge naolupt kun'de mistal nie kriige, ge moet gewóón uwwen aojge gang gôn. Iets wat je graag hebt kun je meestal niet krijgen, je moet gewoon je eigen weg gaan.
Bron: Hendriks, W. (2005), Nittersels Wóórdenbuukske. Dialect van de Acht Zaligheden, Almere
nalopen , naolopen , werkwoord , 1. achternalopen, ook: met de bedoeling om te ontmoeten, verkering te krijgen 2. nagaan om te controleren 3. nog een beetje blijven stromen, druppelen, met name van een kraan
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
nalopen , naelôôpe , werkwoord , lôôp nae, liep nae, naegelôôpe , nalopen, controleren Ik mos alles twêê keer naelôôpe, maor ‘k hè niks gevonge Ik moest alles tweemaal controleren maar ik heb niets gevonden
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
nalopen , nooloewepe , nôloewepe , nalopen
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.
nalopen , naoloupe , 1. nalopen 2. controleren , Emes naoloupe wie ein hundje. Waat haet hae det maedje naogeloupe, mer ’t wól hem neet!
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal