elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: nou 

nou , nou , Nu.
Bron: J.A.V.H. (18e eeuw), Haagsch Nederduitsch woorden-boekje. Den Haag: Johannes Mensert. Uitgegeven in: Kloeke, G.G. (1938), ‘Haagsche Volkstaal uit de Achttiende eeuw’, in: Tijdschrift voor Nederlandsche Taal- en Letterkunde 57, 15-56.
nou , nou , nu. [Aanvulling J. van Lennep: voor nu.]
Bron: Bisschop, W. (1862), ‘Het Dordsche taaleigen. Bijdrage tot de kennis der Hollandsche dialekten’, in: De Taalgids 4, 27-48.
nou , now , nu, Gron. , nou.
Bron: Molema, H. (1889), Proeve van een woordenboek der Drentsche volkstaal in de 19e eeuw, handschrift
nou , nou , nouw, nō, na , nu. In sommige streken onzer provincie, met name in ’t Westerkwartier is het eene soort van stopwoord geworden dat op eenigszins slependen, half vragenden toon wordt uitgesproken, en het antwoord, waarmede men niet flink voor den dag wil komen, voorafgaat, bv.: hou gait hōm ’t doar? – nou!? en dit beteekent dan nagenoeg zooveel of men met de schouders trok. – Ook wanneer men met iets niet gaaf kan instemmen, en er toch ook niets tegen wil inbrengen, zooveel als: nu, ja, – op twijfelenden toon. Ook bij onze Ouden, nog bij Rotgans, enz. Zie ook: nau.
= nou = na (Langewold) stoplap en tusschenwerpsel = nu; nō nō?! = wat moet dat?! Schei daar maar mee uit! – Ook verwonderend voor: wel wel! hé! Oostfriesch na! wat hest du? enz. Vertelt eene vriendin iets dan zegt zij, die luistert, nu en dan: nō! nagenoeg zooveel als: wel zoo! en hoe nu verder?
nou en dou (alliteratie) = nu en toen; “’t Liekt nijt meer dezulfde Soar, Nou en dou veur dartig joar”. Zie ook Gron. Volksalm. 1838, bl. 92, 94, 96.
nou já, twijfelend en ongeloovig, zooveel als: ’t is niet onmogelijk maar het komt mij toch niet zeer waarschijnlijk voor.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
nou , nou , (voegwoord en tussenwerpsel) , Nu. Zie de wdbb. De vorm nu is ongebruikelijk. – Ook als bevestigend antwoord op een vraag; vaak met toevoeging van hoor. || “Heb-je schik?” “Nou, of ik!” – “Heb ’et kettig ’eweest (was het pleizierig)?” “Nou hoor.” – “Wat is ’t heet vandaag.” “Nou!” – Evenzo elders in Holl. en in het Stad-Fri. – Als bijwoord Nou jij! na een opmerking, waarop men een bevestigend antwoord verwacht. || Buurman, wat is ’t koud! nou jij! (m.a.w. zeg of jij er ook niet zo over denkt).
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
nou  , nôw , nu. Nôw en of, zeer gaarne.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
nou , nôh , tussenwerpsel , Variant van nou, in alle toonhoogten en gevoelswaarden gebezigd als zinsinleiding of als reactie. | Nôh, had je dat niet eerder zègge kennen. Nôh, ik zel je zegge, datte we d’r dik mee an wazze. Nôh, da’s ók wat!
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
nou , nou , bijwoord en tussenwerpsel , 1. Nu. 2. Zie nôh. Zegswijze voor nou en naggeres, voor nu en voor nog eens, voor een volgende keer. – Nou jij weer! nu mag jij weer wat zeggen, kom maar op met je commentaar. – Nou (’n) zundeg 1. de afgelopen zondag. 2. de komende zondag.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
nou , nouweres , bijwoord , Nu eens. De vorm is ontstaan uit nou een reis = nu een keer. | Dit is nouweres voor jou.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
nou , nou , nu. ge moet ’t nou zeggen, je moet het nu zeggen.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
nou , now , noe , (Kampen) nou, nu. Ook: noe (Kampereiland, Kamperveen). Now en dan (Kampen), noe en dan (Kampereiland, Kamperveen) ‘nu en dan’, Now allo dan, of: Now allo eur ‘tot ziens’ (Kampen)
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
nou , noh , tussenwerpsel , uitroep van verbazing of ter kalmering
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
nou , now , tussenwerpsel , 1. ter aansporing, opwekking 2. ter uitdrukking van ongeduld, ergernis, teleurstelling 3. zeer zeker, beslist 4. ter uitdrukking van onplezierige verrassing, verbazing 5. ter vermaning 6. toegegeven, laat het zo zijn, dat net; bijv. aj’ now gesteld dat 7. gezegd ter afbreking, beëindiging van een verhaal, mededeling, ook ter markering van een wending in of vervolg van een mededeling, verhaal enz. 8. ter uitdrukking van een verzoek 9. berusting uitdrukkend 10. ter opwekking van een reactie; ook aan het eind van een zin gezegd om een instemmende reactie te verkrijgen, zoals Ned. ‘Is het niet?’ 11. ter inleiding van een voorzichtige, evt. nuancerende reactie 12. in bijv. En now ieje weer jij bent aan beurt met iets te zeggen, om je kijk erop te geven
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
nou , nou , uitdrukking , Bedankt voor nou en voor nogges Dat mag je nog wel een keer doen (letterlijk: bedankt voor nu en voor nog eens)
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
nou , now , (bijwoord, tussenwerpsel) , 1. nu; 2. nou.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
nou , now , nèw , nu, nou , Now, mér wa gèèr! Nu, maar wat graag!, Nèw ze getrèùwd is, ziede ze nérges mér. Nu ze getrouwd is, zie je haar nergens meer., Nèw zalt gòn gebeure! Nu zal het gaan gebeuren! , Dè is now immel zoo. Dat is nu eenmaal zo.
Bron: Laat, G. de (2011), Zoo prôte wèij in Nuejne mi mekaâr, Nuenen
nou , naa , naaw , bijwoord , nu, nou; Cees Robben – Nao al ’t zuut der vurrige daogen/ ’t zilte naa op oewen dis..... (19540306); Cees Robben – Gao-naa-toch-gaa... (19570817); Cees Robben – Naa hedde daor himmel gin mölderkes mir... (19570525); Cees Robben - Ik licht naa ’t höske... en rij meej de ton... (19570309); Dialectenquête 1876 - Naauw hemme we wir nije menisters - nu hebben we weêr nieuwe ministers; Cees Robben: 'dan denkte: naast gedaon'; Dirk Boutkan:  (blz. 24) 'naw' = naaw; Antw. NA (zuivere a) bijwoord - nu, Fr. maintenant; DANB dè wòrdt naaw en hil nuuwe stad; K. Heeroma - Brabants uit de 18e eeuw (woordenlijsten Verster,1968) - NOUW - nu, nunc, iam. Kil.; Naa et blèèft sneuwe, gao ik nie de deur èùt.
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant
nou , nouw , nu
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal