elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: o wee 

o wee , o waai , awaai , (tussenwerpsel) , o waai, o wee, eene weeklagt, eene uitroeping van ontevredenheid en verbazing, misschien van de Joden overgenomen. Men gebruikt dit woord meestal spottender wijze. “O waai riep de jood, was ik maar in Abrams schoot.”
Bron: Bouman, J. (1871), De Volkstaal in Noordholland, Purmerend.
o wee  , oewië , o wee.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal