elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: olienoot 

olienoot  , aolineutje , kleine noten (pinda).
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
olienoot , óllienoot , v , óllienötje(s) , pinda, aardnoot olienootje(s).
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
olienoot , oalienutje , pinda.
Bron: Kuipers, Cor e.a. (1989), È maes inne taes. Plat Hôrster, Horst.
olienoot , ollienutje , zelfstandig naamwoord , apenootje, pinda.
Bron: Naaijkens, J. (1992), Dè’s Biks – Verklarende Dialectwoordenlijst, Hilvarenbeek
olienoot , ölienötties , pinda’s.
Bron: Bos-Vlaskamp, G. e.a. (1994), Olster woorden, Olst.
olienoot , öllienötties , pinda’s.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
olienoot , ollienùtje , pinda.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
olienoot , óllienutjes , olienootjes , Óllienutjes daor maoke ze pindakèès van én dé's bèst lékker vur óp d’n bóttram. Olienootjes daar maken ze pindakaas van en dat is best lekker voor op de boterham.
Bron: Hendriks, W. (2005), Nittersels Wóórdenbuukske. Dialect van de Acht Zaligheden, Almere
olienoot , oereloet , zelfstandig naamwoord , oereloete , oereloetjie , [sGr] olienoot, pinda De hêêle taefel lag vol met oereloeteschille Ook olieneute
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
olienoot , olieneut , zelfstandig naamwoord , olieneute , olieneutjie , pinda, arachidenoot Zie oereloet
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
olienoot , ôllienôtje , pinda
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.
olienoot , òllienutjes , pinda
Bron: Laat, G. de (2011), Zoo prôte wèij in Nuejne mi mekaâr, Nuenen
olienoot , oliepreute , olienoten
Bron: Grauw, Sibrand de en Gerard Gast (2014), ABC Dordt. Dordtse woorden en uitdrukkingen, dialect, verhalen en versjes, gedichten en straattypes, Asaprint Uitgeverij, Dordrecht.
olienoot , ollienutje , zelfstandig naamwoord , apenootje, pinda; zaad v. e. tropische plant (Arachis Hypogaea); Cees Robben – ’t Snoeppepier en bakkesvol/ En ’t ôllienutje...  (19580329); K. de Beer - Tilburgs Bijnamenboek (2000) - et ollienutje = bep. sjofel vrouwtje (blz. 93); Jan Naaijkens, Dè's Jan Naaijkens, Dè's Biks (1992) - (1992) - 'ollienutje' zn - apenootje, pinda; Reelick e.a. - Bosch' woordenboek (1993 & 2002) - ollienutjes – pinda’s
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant
olienoot , aolieneutje , pinda
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal