elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: omhouwen 

omhouwen  , umhouwe , kappen b.v. van boomen.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
omhouwen , umhouwen , zwak werkwoord, overgankelijk , 1. omslaan, omhakken Die hèerde is te old en te bried eworden, wij mut hum maor ummehouwen (Hgv), Die bome mötten wij nog ummehouwen (Mep), Spiekers omhouwen kromslaan (Eev) 2. (Kop van Drenthe), in Hij houwt der mor wat in om hij smijt met het geld (Row)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
omhouwen , ommehouwen , werkwoord , 1. omkappen 2. hakkend, slecht maaien
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
omhouwen , [omkappen] , ómhouwe , omkappen, omhakken, omslaan
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
omhouwen , umhouwe , omhakken
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal