elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: omslaan 

omslaan , [overgieten] , umslaon , overgieten, overschenken, bv. van het kopje in het schoteltje.
Bron: Molema, H. (1889), Proeve van een woordenboek der Drentsche volkstaal in de 19e eeuw, handschrift
omslaan , omsloagen , omschenken, koffie of thee van het kopje in het schoteltje schenken om het spoediger te doen bekoelen, en dan daaruit te drinken. Overigens = omslaan.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
omslaan  , umslaon , omslaan.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
omslaan , ummesloan , sleut umme, ummesloane , omslaan.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
omslaan , umslaon , sterk werkwoord, (on)overgankelijk , 1. omslaan Ik heb even een doek umslagen, het is mij te kaold (Emm), Opiens sleug het weer um (Gas), Dat blad moej even umslaon, het stiet an de aander kaant (Bei), Een meinse kan ummeslaon as het blad an de boom (Zdw) 2. omvouwen Aj deur det natte grös loopt, muj de broekspiepen umslaon, aans wordt ze nat (Bro), De rok is te laank, ik slao de boord even umme (Rui) 3. kantelen Deur de harde wind kan de boot wal ies umslaon (Oos), Aj een voer heui schieve laadt, kan het gemakkelijk ummeslaon (Vle) 4. overgieten (Zuidwest-Drents zandgebied, Midden-Drenthe, Kop van Drenthe) Hij sluig de koffie van het koppie om in het schötteltie (Row) 5. omvatten (Zuidwest-Drenthe) Oonze femilie umslat nogal wat (Smi)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
omslaan , ummeslaon , omslaan. In iene nach is ’t weer ummeslaegn; gistern vreur ’t nog meraekel hard en vandaege is ’t zâch weer.
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
omslaan , omslaon , werkwoord , omsluiten, omvatten
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
omslaan , ommeslaon , werkwoord , 1. omverwerpen door ertegen te slaan 2. om iets doen met slaande bewegingen om een breinaald of haakpen doen (van de draad) 4. ombuigen, omklinken door ertegenaan te slaan 5. opvouwen 6. omkantelen 7. rigoureus z’n mening wijzigen 8. ineens veranderen 9. er wild, op allerlei plaatsen op slaan 10. iets zo bewegen dat het om komt te liggen 11. verkwistend leven 12. losbandig zijn 13. per eenheid berekenen
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
omslaan , [veranderen] , ut is umgeslaage , miskraam
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.
omslaan , ummeslaon , umslaon , (werkwoord) , omslaan.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
omslaan , ómslaon , omslaan , ’t Waer sloog hieëlemaol óm.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
omslaan , omslaon , sterk werkwoord , omslaan; WBD III.2.2:5 'omslaan' = een miskraam krijgen; ook: 'omslagen', 'verlopen’
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant
omslaan , umslaon , omslaan
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal