elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: onbezonnen 

onbezonnen  , ônbezônne , onbezonnen.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
onbezonnen , onbezunnen , bijvoeglijk naamwoord, bijwoord , onbezonnen Kwajongen doet van die onbezunnen dingen (Hol), Hie geeit ok aaltied zo onbezunnen te wark (Anl)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
onbezonnen , onbezunn , onbezonnen.
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
onbezonnen , onbezunnen , bijvoeglijk naamwoord , onbezonnen
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
onbezonnen , onbezunnen , (bijvoeglijk naamwoord, bijwoord) , onbezonnen.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal