elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: onderdeur 

onderdeur , onderdeur , (zelfstandig naamwoord vrouwelijk) , Zie de wdbb. – Overdr. ook een klein persoon, iemand die niet hoger is dan de onderdeur. || Ken je der weer niet bij; jij ben toch ok zo’n onderdeurtje. – Zegsw. ’t Is ’en onderdeurtje, as ze op ʼen stoof zit dan kijkt ze in ʼen halfpints potje. – Zie nog een zegsw. op karten.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
onderdeur  , ônder deur , vroeger was de huisdeur in twee deelen, het onderste gedeelte gesloten, het bovenste open, dan kon de bewoner, geleund over de onderdeur, naar buiten op straat kijken.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
onderdeur , oondrduure , zelfstandig naamwoord , benedenhelft van deur, zoals in boerenhuizen gebruikelijk
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
onderdeur , ónderdeurtje , zelfstandig naamwoord ’t , Schertsend voor een (zeer) klein persoontje.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
onderdeur , underdeur , de , onderdeur Twiedielige deuren hebt een underdeur (Sle), Hie was een kerel as Karst en Karst was een kerel as een onderdeure (Vle)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
onderdeur , onderdeure , zelfstandig naamwoord , de 1. benedenste deel van een uit twee delen bestaande deur 2. klein iemand, als verkl. veelal: klein kind
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
onderdeur , onderdeur , over de onderdeur geschete, uit de klei getrokken; lomp; dom; dôôd over de onderdeur, meel, met water stijf gekookt. (zie ook: glip in, glis in; kijk-over-den-heining; meeldenbrij)
Bron: Grauw, Sibrand de en Gerard Gast (2014), ABC Dordt. Dordtse woorden en uitdrukkingen, dialect, verhalen en versjes, gedichten en straattypes, Asaprint Uitgeverij, Dordrecht.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal