elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: ontuig 

ontuig , [vuilnis, onkruid] , ontuig , (onzijdig zonder meervoud) , vuilnis, onkruid, allerlei gemeen goed dat men op den mestbult brengt is ontuig.
Bron: Bouman, J. (1871), De Volkstaal in Noordholland, Purmerend.
ontuig , ontuug , ontugt , (ontuig), alles wat geen waarde heeft in het dagelijksch gebruik en ons daarenboven op eene of andere wijze last of schade veroorzaakt, ballast, onkruid, vuilnis, ongedierte; “– om aier van spinnen, tieken en ander ontuug op te zammeln.” Vgl. ombalgen. Friesch, Noord-Hollandsch, Noord-Brabantsch ontuig = vuilnis, onkruid, enz.; eigenlijk: ondienstig, onbruikbaar gereedschap, Oud-Friesch uhntiug. – Bij v. Halsema ontugt = onkruid.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
ontuig  , ôntuug , onkruid.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
ontuig , ontuig , zelfstandig naamwoord ’t , Onkruid (verouderd). Vgl. Fries ûntûch.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
ontuig , ontuug , het , 1. onkruid Der steet heelwat ontuug in het hoffie nao al die regen (Bei), (-) kraanseln um het ontuug uut het koren te kriegen (Rui) 2. ongedierte Het leeft er van ontuug, het stikt er van rötten en moezen (Anl), Wij hebt ontuug in het kiephokke haad (Dwi) 3. gespuis, slecht volk Die jongen, dat is een koppeltien ontuug, die kuj beter oet de weg blieven (Sle), Dat ontuug meut ze beter mit ofwarken moeten ze goed aanpakken (Pes)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
ontuig , ontuug , zelfstandig naamwoord , et 1. onkruid 2. slechte mensen, volk van laag allooi, ook: kwajongens 3. ongedierte
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal