elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: oorvijg 

oorvijg  , oervieg , oorvijg.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
oorvijg , oorvège , (zelfstandig naamwoord) , oorvijg, slag om de oren.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
oorvijg , oorvèèg , zelfstandig naamwoord , oorvijg; Antw. OORVÈÈG znw. v. en niet m.
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal