elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: plons 

plons  , ploens , plons.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
plons , plunske , scheutje ’n plunske romme bej de koffie Een scheutje melk bij de koffie.
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
plons , plons , plonse, plomse , de , plonsen , Ook plonse (Zuidwest-Drenthe, Midden-Drenthe), Ook plomse (Schn) = 1. plons Hij vul mit een plons in het water (Bov), (tw.) Plons, daor lag e in het water (Sle) 2. grote hoeveelheid water of andere vloeistof ...dat zo’n kolde plons in de mage vlak veur het naor bedde gaon ook zo lekker niet zul wezen (kv), z. ook plomp I
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
plons , plomze , zelfstandig naamwoord , de; flinke hoeveelheid vloeistof, flinke guts
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
plons , plôôñs , zelfstandig naamwoord , plôôñze , plôôñsie , plons
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
plons , plóns , (mannelijk) , plónse , plunske , plons
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal