elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: poeha

poeha , poehai , poehaai, pohai, poehé, pochai, poechai , ophef met, gezwets over iets, windmakerij, snoeverij, gepoch; ook = leven, alarm; hij kwam mit ’n hijle poehai bie mie = hij kwam bij mij met veel drukte en beweging; hij moakt’r zooveul poehai bie, net of ’t hijl wat is. Iemand, van wien men zulks gewoon is, noemt men: poehaimoaker (enz.) Weil. v. Dale: boha, boeha, boha maken = razen, tieren. De laatste zegt: In de volkstaal hoort men ook: boeha, boehaai, enz. ’t Is eene verbastering van het Maleische bohea, dat kaaiman beteekent. Door het geroep van boh aya! waarschuwen de Javanen hen, die voornemens zijn zich te baden op de modderbank van Batavia, waar niet zelden kaaimans gevonden worden. – Het woord komt bij de Ouden o.a. bij Vondel voor, en omdat Plantijn (1573) reeds een woord bohay heeft acht Vercoulli de afleiding onwaarschijnlijk en denkt aan eene klanknabootsing. – Het Oostfriesch puhä̂ is zelfstandig naamwoord en tusschenwerpsel = alarm; Nedersaksisch behei, behoi = over kleinigheden veel beweging en alarm maken; Holsteinsch baha = ophef. Drentsch poehaan, Oostfriesch puhân = windmaker, pochhans; Geldersch behei = spektakel, den Haag poehaai, boha = leven, alarm.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
poeha , behei , (onzijdig) , Drukte. Wat hef dat jonk tòch ’n behei op zîn lîf.
Bron: Draaijer, W. (1896). Woordenboekje van het Deventersch Dialect. ’s-Gravenhage: Martinus Nijhoff
poeha , poehai , zie poehai *.
Bron: Ganderheyden, A.A. (1897), Groningana – Supplement op H. Molema’s Woordenboek der Groningsche Volkstaal, Groningen (reprint 1985)
poeha , behei , (onzijdig) , Drukte. Wat hef dat jonk tòch ’n behei óp zîn lîf.
Bron: Draaijer, W. (2e druk 1936), Woordenboekje van het Deventersch Dialect, Deventer: Kluwer.
poeha , behei , veel praats hebben.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
poeha , půhai , [půhaĭ] , lawaai, geschreeuw, drukte
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen
poeha , poea , poehe , opschepperij, koude drukte
Bron: Steenhuis, F.H. (1978), Stoere en Olderwetse Grunneger Woorden, Wildervank: Dekker & Huisman
poeha , behèj , drukte om niets, kouwe drukte.
Bron: Crompvoets, H. en J. van Schijndel (1991), Mééls Woordeboe:k. Meijel: Medelo.
poeha , poeha , poehee , de , Ook poehee = ophef, drukte Wat hef die kèrel een poeha, ...poejee, en het is niks (Sle), De winkel wör met veul poeha, ...poehee opend (Row), z. ook poejee
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
poeha , poejee , de , 1. poeha, opschepperij, verbeelding Wat hebben dai ain poejee pronk (Vtm), z. ook poeha 2. herrie Ze maoken nogal wat poejee (Eel)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
poeha , boenhej , gróót leven om niets.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
poeha , behei , lawaai, drukte. Maek toch niet zon behei um die paer centn.
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
poeha , poeha , poehè , zelfstandig naamwoord , de, et; drukte, rumoer om niets, vooral: verbeelding, eigenwijsheid die men overduidelijk aan de dag legt
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
poeha , [drukte] , behei , 1. heibel; 2. drukte.
Bron: Scholtmeijer, H. (2011), Veluws handwoordenboek, Almere.
poeha , behej , (onzijdig) , ophef, poeha, drukte , Maak toch neet zoeaväöl behej. Waat ei behej!
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal