elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: poffen

poffen , poffen , (werkwoord) , op crediet koopen.
Bron: Panken, P.N. (1850) Kempensch taaleigen, Idioticon I, A-Z, Idioticon II, H-Z, red. Johan Biemans, 2010, Bergeijk.
poffen , poffen , (transitief werkwoord) , op den pof koopen, op krediet halen, op uitstel van betaling koopen. Menig winkelier zal ook vroeger van dat poffen nadeel hebben ondervonden, en waarschijnlijk zal dat later wel niet beter geworden zijn.
Bron: Bouman, J. (1871), De Volkstaal in Noordholland, Purmerend.
poffen , pōffen , een college verzuimen. Studentenwoord.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
poffen , [gaar maken] , poffen , Braden in de heete asch (b.v. aardappelen).
Bron: Draaijer, W. (1896). Woordenboekje van het Deventersch Dialect. ’s-Gravenhage: Martinus Nijhoff
poffen , poffen , (pòffǝ) , (zwak werkwoord, transitief en intransitief) , Zie de wdbb. – 1) Boffen, bonzen; vgl. hakkepoffer. 2) Braden in de as. Synon. piepen; zie aldaar. || Karstengen (kastanjes) poffen. Gepofte jodeneutjes. – Evenzo elders in Holl., in Overijs., Utrecht, alsook in Z.-Nederl. (SCHUERMANS 496). – Vgl. poffer. 3) Op krediet kopen. || Hij poft alles, maar ’et zel ankomme as-i eres betalen moet. Ik (de winkelier) heb al menig bankroetje ’ehad van dat poffen. – Evenzo in de Beemster (BOUMAN 82) en elders in Holl. en Friesl. Vgl. Ned. op de pof kopen.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
poffen , poffen , Braden in de heete asch (bv.: aardappelen).
Bron: Draaijer, W. (2e druk 1936), Woordenboekje van het Deventersch Dialect, Deventer: Kluwer.
poffen , poeffe , poffen.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
poffen , poffen , Borgen. Men zegt: iets op de pof haalen of koopen; dat is op crediet. De verkooper word gezegt zijn waar aan den kooper te poffen, of ’t hem op de pof te geeven. De soldaten gebruiken ook de term van op de pof iets te doen, wanneer ze iets zonder verlof hunner officieren verrigten, waar toe dat verlof nodig was, bij voorb. op de pof trouwen, uit de stad gaan enz.
Bron: Dumbar, G., H. Scholten en J.A. de Vos van Steenwijk Vollenhove (1952), Het Dumbar Handschrift – Idioticon van het Overijsels in het einde der achttiende eeuw, uitgegeven door H.L. Bezoen, Deventer
poffen , poffe , werkwoord , Duivebonen braden in de as (verouderd). Vgl. Nederlands kastanjes poffen.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
poffen , póffe , stuiven van droog en fijn zand bij winderig weer.
Bron: Crompvoets, H. en J. van Schijndel (1991), Mééls Woordeboe:k. Meijel: Medelo.
poffen , poffen , zwak werkwoord, (on)overgankelijk , 1. vallen (Zuidwest-Drenthe, Zuidoost-Drenthe, Midden-Drenthe) Hij pofte op de baank daele (Dwi), Hij is mu, hij lat zuch zo mar in de stoel poffen (Ndo), Hij völt van de fietse en pofte op de straot (Bei), z. ook ploffen 2. poffen, braden Bie het eerappelloof branden poften wie de eerappels (Bov), As kiender gunge wij appels poffen ien de kachelnaovend (Ruw), Wij gungen nog wal is kastanjes poffen (Bor), Wij poften peerdebonen op de kachel (Noo) 3. zwaar lopen (Zuidoost-Drents zandgebied, Midden-Drenthe, Kop van Drenthe, Zuidwest-Drenthe) Hij poft er over met zien smakvouten (Row), Hij pofte deur het mulle zaand (Nam) 4. geluid maken van een motor Die trekker steeit zo te poffen; zet hum mor oet (Gie), z. ook pofkern 5. knallen (Zuidoost-Drenthe) Hie poft er mar wat op weg met dat pistol (Zwe)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
poffen , poffen , zwak werkwoord, overgankelijk , borgen, voorschieten De kroegbaos wol niet langer poffen (Row), Kuj mij poffen, ik heb gien geld bij mij (Flu)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
poffen , póffen , op krediet kopen of verkopen.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
poffen , poffen , poffen
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
poffen , poffm , lenen, op afbetaling kopen. Poffm is uut den boze, tiejn muj op ’t geld wachn.
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
poffen , poffen , werkwoord , 1. neerkomen met een pof, een doffe klap, doffe knallen laten horen e.d. 2. braden in het vuur, in hete as of op een plaat, bijv. eerpels poffen 3. op krediet verkopen, voorschieten
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
poffen , pôffe , op krediet kopen
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.
poffen , póffe , póftj, pófdje, gepóftj , 1. poffen, krediet aangaan 2. in de hete as gaar laten worden
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
poffen , poffe , zwak werkwoord , WBD III. 3.1:379 'poffen' ertussenuit knijpen (zonder verlof zijn post; verlaten.)
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal