elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: potage 

potage , pottasie , groenten.
Bron: Panken, P.N. (1850) Kempensch taaleigen, Idioticon I, A-Z, Idioticon II, H-Z, red. Johan Biemans, 2010, Bergeijk.
potage  , petazie , groenten (gekookt).
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
potage , petázzie , m , stamppot.
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
potage , petazzie , stamppot in het algemeen, puree.
Bron: Crompvoets, H. en J. van Schijndel (1991), Mééls Woordeboe:k. Meijel: Medelo.
potage , petozzie , zelfstandig naamwoord , stamp. Van het Franse “potage”. Aardappels en groenten (boerenkool, andijvie, peen) worden door elkaar gestampt. Dit woord werd (wordt) in Beek weinig gebruikt.
Bron: Naaijkens, J. (1992), Dè’s Biks – Verklarende Dialectwoordenlijst, Hilvarenbeek
potage , petazzie , betazzie, tazzie , stamppot.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
potage , petôzzie , stamppot , Stamp of petôzzie dés't zélfde, ge héd stamp van peeje, boerrekólle, of spienôzzie. 'Stamp' of stamppot is hetzelfde, je hebt stamppot van wortels, boerenkool of spinazie
Bron: Hendriks, W. (2005), Nittersels Wóórdenbuukske. Dialect van de Acht Zaligheden, Almere
potage , petoazie , betoazie , stamppot
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.
potage , petázzie , stamppot
Bron: Laat, G. de (2011), Zoo prôte wèij in Nuejne mi mekaâr, Nuenen
potage , potaogie , voedsel.
Bron: Scholtmeijer, H. (2011), Veluws handwoordenboek, Almere.
potage , petázzie , petòzzie , zelfstandig naamwoord , stamppot (Den Bosch en Meierij; Eindhoven en Kempenland; Helmond en Peelland; Tilburg en Midden-Brabant)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
potage , [rotzooi] , petaas , petazie , (vrouwelijk) , rotzooi, puinhoop, troep , ’t Is dao ein vèttige petaasj.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
potage , petòzzie , zelfstandig naamwoord , " van fr. 'potage' (vlees en groenten; soep); Daamen, Handschrift Tilburgs (1916): 'potaazie' - gestoofd middageten; Van Delft - Wanneer iemand een weduwe met veel kinderen trouwt, klinkt het: ""Hij durft nogal wat aan. Weet ge hoeveel lappen er op staan?"" Als dan de ander het aantal kinderen niet alléén 'n bezwaar vindt, verduidelijkt hij zijn meening nog door er aan toe te voegen: ""Ja, en 't is toch altijd nog maar opgewarmde potage."" (Nwe. Tilb. Courant; Van Vroeger Dagen afl. 117; 5 juni 1929); Pierre van Beek – Van iemand, die een weduwe met een aantal kinderen trouwt, zegt men, dat hij nogal ""wè aon durreft omdè-t-er zoveul lappen op staon"". Met die ""lappen"" zijn dan de kinderen bedoeld. En als men dit toch eigenlijk geen bezwaar vindt, loopt men nog wel eens kans als versterkend argument te horen te krijgen: ""En 't is toch aaltij nog mar opgewermde potaosie (potage - soep)."" (Tilburgse taalplastiek 10 Nieuwe Tilburgse Courant – zaterdag 8 april 1950); Pierre van Beek – Men zal zich herinneren, dat wij in ons vorige artikel over ""opgewermde potaosie"" spraken. Daartoe verleid door het Franse woord ""potage"" vertaalden wij dit door ""soep"". Een tweetal lezers komt ons thans vertellen, dat wanneer men in Tilburg over ""potaosie"" praat, men hiermede echter ""stamp"" bedoelt. We hebben hierover hier en daar eens ons licht opgestoken. Daarbij leerden we, dat de tegenwoordige jeugd het woord als zodanig niet meer kent, maar dat de oudere generatie er inderdaad ""stamppot"" mee aanduidt. (Tilburgse taalplastiek 12 Nieuwe Tilburgse Courant – dinsdag 25 april 1950); Henk van Rijen (1998): soep, natte stamppot; Èn dè petòzzie stamppòt is/ van spèk èn van sevôoje? (Henriëtte Vunderink; Wieste..?; k Zal van oe blèève haawe, 2007); Stadsnieuws: We aate petòzzie van sevôojkes meej ötgebakke spèk (051207); Ed Schilders - In: Slaoj meej aaj mee jèùn meej èèrepel - Aan tafel met Cees Robben (2008): Prent van de week van 15 november 1963; Vader heeft vandaag ‘petòzzie’ gekregen, en zijn echtgenote is daar maar wat trots op. ‘Petòzzie’ is een dialectische verbastering van het Franse ‘potage’, dat tegenwoordig als hoofdbetekenis ‘soep’ heeft. Maar met ‘soep’ heeft het Tilburgse ‘petòzzie’ niets te maken. Het wordt in het Tilburgs uitsluitend gebruikt om stamppotten aan te duiden. Dat komt doordat de afleiding al bestond voordat het Franse woord ‘potage’ de betekenis ‘soep’ kreeg. Van oorsprong (13de eeuw) is het een aanduiding voor alles wat in een pot bereid wordt, met name ook groenten. Het grondwoord is dus het Franse ‘pot’ (spreek uit als; ‘po’). De verbastering komt veel voor in de Meijerij, de Kempen, en het Antwerps, en wel in de meest uiteenlopende vormen: betassie, petosie, petazzie, peteus, betazzie, petos, petuis. Behalve ‘stamppot’ kan het ook ‘aardappelpuree’ betekenen, maar niet in Tilburg. De Bont, Dialect v. Kempenland (1958): zelfstandig naamwoord vr.'petazie' (fijngemaakte aardappels met groente (voornamelijk kool) door elkaar gemengd. Goemans, Leuvens taaleigen (1936): POTAGE - Groenten; ook in de uitdr: ’t is maar potagie (slecht volk); WNT POTAGE - veel betekenissen: zie aldaar"
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal