elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: prij 

prij  , prie , Diekke prie, dikke meid. Zoer prie, geen prettig humeur.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
prij , prie , (vrouwelijk) , prieje , prieke , 1. vrouwmens, kreng 2. lijf , Det is ein dikke, nötte prie: dat is een dikke, valse vrouw.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
prij , praaj , Hees praaj - mollige, vrouwelijke baby (V:79)
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal