elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: profeet 

profeet  , profiët , profeet.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
profeet , prefieët , profeet.
Bron: Crompvoets, H. en J. van Schijndel (1991), Mééls Woordeboe:k. Meijel: Medelo.
profeet , profeet , de , profeten , 1. profeet Dat is een broodetende profeet slechte voorspeller (Row) 2. eigenwijs persoon Wat is dat ok een eigenwieze profeet (Sle), Wat een profeet, bah. Aaid alles beter weten (Eex) *Profeten wordt in eigen land nich eerd (Bov)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
profeet , profeet , prefeet, perfeet , zelfstandig naamwoord , de 1. profeet 2. verstandig iemand, iemand met veel kennis
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
profeet , prefêet , zelfstandig naamwoord , profeet; Kees en Bart – Tilburgsche Post ca. 1935 – Ik zèè ginne prefeet; A.P. de Bont – pr?fe.t, zelfstandig naamwoord m. - profeet; Cornelissen & Vervliet, Idioticon van het Antwerpsch dialect; 1899 - PROFEET zelfstandig naamwoord m. - iemand die met nadruk, met juistheid of op eenen toon van zekerheid spreekt.
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant
profeet , perfieët , profeet
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal